In het kader van de hervorming van de vennootschapsbelasting werd beslist om de aanleg van investeringsreserve (art. 194quater WIB 92) af te schaffen met een uitdoofscenario voor bestaande investeringsreserve. Is het nog opportuun is om een investeringsreserve aan te leggen vooraleer ze definitief verdwijnt? 

Investeringsreserve

Enkel voor kleine vennootschappen

Deze investeringsreserve is enkel mogelijk  voor vennootschappen die krachtens artikel 15, §§1-6 W.Venn. als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de investeringsreserve werd aangelegd.

Kenmerken van de investeringsreserve

De maatregel  maakt het voor de betrokken vennootschappen mogelijk om een deel van het gereserveerde resultaat van een boekjaar, dat normalerwijze wordt belast, vrij te stellen.

Het aanleggen van investeringsreserve gebeurt met volgend boeking:

- 68.. Overboeking naar de investeringsreserve

                    Aan 1324 Investeringsreserve

Het eerste gevolg van deze boeking bestaat in een vermindering van de belastbare gereserveerde winst van de vennootschap. Het tweede gevolg valt daarmee samen en bestaat in het aanleggen van een zichtbare reserve op het passief van de balans. Op fiscaal vlak verloopt de vrijstelling via de vermelding in de aangifte in de vennootschapsbelasting van het bedrag van de vrijgestelde reserve, in het vak 'vrijgestelde gereserveerde winst'; de investeringsreserve komt dan ook niet voor bij de belastbare reserves in het vak van de belastbare gereserveerde winst.

Maximumbedrag. Het maximum bedrag van de investeringsreserve dat kan worden vrijgesteld mag dus niet hoger zijn dan 18.750 euro per belastbaar tijdperk. Vennootschappen zijn echter niet verplicht zijn een reserve aan te leggen voor dit maximale bedrag. Niets belet immers dat vennootschappen een investeringsreserve aanleggen voor een lager bedrag bv. omdat ze niet van plan zijn een investering te doen voor een bedrag gelijk aan het maximumbedrag van de reserve.

Toename van de belaste reserves.De investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld indien en in zoverre de belaste reserves, vóór aanleg van de investeringsreserve, op het einde van het boekjaar hoger zijn dan de belaste reserves op het einde van het vorige boekjaar, waarin laatst het voordeel van het aanleggen van een investeringsreserve werd genoten.

Onaantastbaarheidsvoorwaarde. De investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld voor de investeringsreserve op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief geboekt is en blijft en niet tot grondslag dient voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enige beloning of toekenning.

Investeringsverplichting. De vennootschap moeteen bedrag gelijk aan de investeringsreserve  investeren in afschrijfbare materiële of immateriële vaste activa die recht kunnen geven op het voordeel van de investeringsaftrek.  Deze investeringen moeten  plaatsvinden binnen een termijn van 3 jaar die aanvangt op de eerste dag van het boekjaar waarvoor de investeringsreserve wordt aangelegd en ten laatste bij ontbinding van de vennootschap.

Behoud van de investering.De investeringen moeten minstens 3 jaar in de vennootschap belegd blijven. Deze termijn wordt berekend vanaf de datum waarop de actiefbestanddelen in de onderneming zijn geïnvesteerd tot de datum van hun vervreemding.

Meer informatie verneemt u op ons dagseminarie Aangifte personenbelasting en vennootschapsbelasting AJ 2018 met Sophie Hugelier en Wim Van Kerchove

Slechts uitstel van belasting

De vrijstelling van de investeringsreserve is dus slechts tijdelijk. Ten laatste bij de liquidatie betaalt u er belastingen op. Wanneer de vennootschap niet tijdig herbelegt wordt de volledige investeringsreserve in een keer belastbaar voor het jaar waarin de herbeleggingsstermijn verstrijkt. Verkoopt de vennootschap een herbelegging binnen 3 jaar na de aankoop, dan is de investeringsreserve belastbaar in verhouding tot het nog niet afgeschreven deel van de verkochte herbelegging.

Investeringsreserve versus aftrek voor risicokapitaal

Wanneer een kleine vennootschap voor dit aanslagjaar 2018 een investeringsreserve aanlegt, mag zij dus niet de notionele interestaftrek vragen voor aanslagjaar 2018, aanslagjaar 2019 en aanslagjaar 2020. Maar de notionele interestaftrek is tegenwoordig toch minder interessant geworden. Het tarief voor aanslagjaar 2018 is historisch laag (0,737% voor een kleine vennootschap voor boekjaar 2017). Overschotten zijn niet meer overdraagbaar. En vanaf aanslagjaar 2019 zal de notionele interestaftrek berekend worden op een veel minder voordelige wijze, nl. op de aangroei van het risicokapitaal.

Investeringsreserve plus investeringsaftrek

Een kleine vennootschap kan welde investeringsreserve combineren met de investeringsaftrek. Een vennootschap die in de komende jaren investeringen plant te doen heeft er belang bij om nu in aanslagjaar 2018 een vrijgestelde investeringsreserve aan te leggen. Door vanaf 2019 die geplande investeringen uit te voeren kan zij voldoen aan de investeringsverplichting en verzilvert zij bovendien de investeringsaftrek van 20% in aanslagjaar 2019 en aanslagjaar 2020.

Boekjaar 2017 is de laatste kans. 

Er kunnen  geen investeringsreserve meer aangelegd worden voor boekjaren afgesloten na 30.12.2018. Voor kleine vennootschappen met een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar is dat dus vanaf boekjaar 2018. Voor het boekjaar 2017 dat afsluit op 31.12.2017 kan zij de laatste keer een investeringsreserve aanleggen.

Met de investeringsreserve kan een kleine vennootschap winst onttrekken aan het huidige belastingtarief die dan later tegen een lager tarief laten belasten. Die investeringsreserve wordt dan later belast tegen het dan geldende tarief. Maakt de vennootschap de investeringsreserve van 2017 bijvoorbeeld belastbaar in 2023, dan wordt die reserve normaal belast tegen 20% (verlaagd tarief).

Louter en alleen anticiperen op de tariefdaling van de vennootschapsbelasting is af te raden. Want, herbelegt de vennootschap deze investeringsreserve niet tijdig, leeft zij de onaantastbaarheidsvoorwaarde niet meer na voordat de herbeleggingstermijn verstreken is of verkoopt zij een herbelegging binnen 3 jaar, dan zal zij er toch nog belasting op betalen tegen 33,99%.

Maar als de vennootschap wél voldoende investeringen heeft gedaan en als zij die investeringen ook lang genoeg zal bijhouden, dan kan zij profiteren van de gedaalde belastingtarieven.

Kiest een kleine vennootschap bij de afsluiting van boekjaar 2017 voor investeringsreserve dan verliest zij wel de notionele interestaftrek. Maar door de tariefdaling levert de investeringsreserve nu normaal ook een echte belastingbesparing op voorwaarde dat de vennootschap die komende jaren de nodige investeringen doet.

Meer informatie verneemt u op ons dagseminarie Aangifte personenbelasting en vennootschapsbelasting AJ 2018 met Sophie Hugelier en Wim Van Kerchove