Via de relancewet wordt de eenmalige investeringsaftrek van 8% verhoogd naar 20% voor nieuwe investeringen gedaan tussen 01-01-2018 en 31-12-2019 (art. 69 §1, 1° en art. 201 §1, 1° WIB 92). De maatregel maakt deel uit van de hervorming van de vennootschapsbelasting. Het verhoogd 20% tarief geldt niet alleen voor kleine vennootschappen (art. 15, §§1-6 W.Venn.) maar ook voor eenmanszaken en vrije beroepen in de personenbelasting.

Door de verhoging te beperken tot de jaren 2018 en 2019 worden bedrijven en zelfstandigen geprikkeld om extra te investeren in de komende 2 jaren.

 Investeringsaftrek

Door louter te kijken naar het tarief van de verhoogde heeft men de eerste reflex om geplande investeringen die recht geven op de eenmalige investeringsaftrek niet te doen eind 2017 maar ze uit te stellen tot het jaar 2018.

Echter zo eenvoudig is de conclusie niet. Hoeveel belastingen een vennootschap of een zelfstandige effectief bespaart dankzij de afschrijvingskost en de investeringsaftrek is afhankelijk van het bedrag van de investering, het afschrijvingsregime (lineair of degressief) en het belastingtarief waartegen de aftrek gebeurt. Hoe hoger het tarief, hoe groter de effectieve belastingbesparing.

Om te zien of een ondernemer beter af is met een uitstel van een investering naar 2018 i.p.v. ze in 2017 nog uit te voeren, maakt u best een projectie met de belastingbesparing over de hele afschrijvingstermijn. De uitkomst is immers niet alleen afhankelijk van het belastingtarief en de het bedrag van investeringsaftrek maar ook afschrijvingstermijn en het al of niet degressief en/of pro-rata afschrijven.

Maak eerst een projectie van het belastbaar resultaat (boekhoudkundig resultaat na fiscale correcties zoals verworpen uitgaven, uitgekeerde dividenden, ...).

Het tarief van de investeringsaftrek zal toenemen. Maar anderzijds zullen de belastingtarieven voor vennootschappen vanaf 01/01/2018 dalen naar 29,58% voor de niet KMO’s en naar 20,4% op de eerste 100.000 EUR voor KMO-vennootschappen. Vanaf 01/01/2020 zal het basistarief verder dalen naar 25% voor niet-KMO-vennootschappen en betalen KMO’s 20% vennootschapsbelasting haar eerste 100.000 EUR winst.

Indien de vennootschap kan genieten van het verlaagd tarief in 2017 en haar belastbare winst hoger zal uitkomen dan € 25.000, dan zal zij in principe best nog investeren in 2017. Desondanks dat de vennootschap dan slechts 8% investeringsaftrek geniet zal haar belastingbesparing hoger zijn omdat zij belastbare basis uit de hogere schijven in 2017 afroomt.

Let evenwel op volgende addertjes:

Fiscaal verlies

Zit de vennootschap met een geprojecteerd fiscaal verlies, dan heeft het geen zin om de investering in 2017 te maken. De vennootschap geniet in 2017 dan ook geen belastingbesparing. Bovendien zou de investeringsaftrek slechts 8% bedragen en is deze slechts één jaar overdraagbaar. Maakt de vennootschap dus het volgende jaar weer verlies dan is zij de investeringsaftrek definitief verloren. Uitstellen naar 2018 geeft dan zelf een investeringsaftrek van 20%.

Overgedragen verliezen uit vorige jaren

Heeft de vennootschap overgedragen fiscale verliezen en zijn deze groter of gelijk aan het belastbaar resultaat dan heeft het ook geen zin dat zij nog in 2017 investeert. Deze verliezen dienen nl. eerst van de belastbare winst afgetrokken te worden, vooraleer zij de investeringsaftrek kan toepassen.

Oude overgedragen notionele interestaftrek

Niet opgebruikte notionele interesaftrek van aanslagjaar 2012 en vroeger kunnen gedurende 7 jaar overgedragen worden; Indien de vennootschap  dus nog een niet benutte notionele interestaftrek heeft van aanslagjaar 2011, dan dient zij deze dit jaar op te gebruiken.

Laat ons er eens wat cijfers bijnemen.

Cijfervoorbeeld 1

Stel dat een vennootschap een investering doet van 100 EUR die ze lineair over 5 jaar afschrijft.

Investering in 2017. Als de vennootschap in 2017 de investering van 100 EUR doet, dan krijgt zij een afschrijvingskost van 20 (100 x 20%) én een investeringsaftrek van 8 (100 x 8%). De totaal aftrekbare kost voor 2017 is dan 28. Als de belastbare winst vóór de investering 25.000 EUR bedraagt en de vennootschap geniet van het oude verlaagd tarief van 24,98%, dan bespaart zij 7 EUR (28 x 24,98%) aan belastingen in 2017. Is de vennootschap uitgesloten van het oude verlaagd tarief dan bedraagt de belastingbesparing 9,52 EUR (28 x 33,99%).

Investering in 2018. Stel de vennootschap de investering van 100 EUR niet uitvoert in 2017 maar uitstelt tot in 2018, dan krijgt zij in 2018 een afschrijvingskost van 20 (100 x 20%) én een eenmalige investeringsaftrek van 20 (100 x 20%). De totaal aftrekbare kost voor 2017 is dan 40. Geniet de vennootschap van het nieuwe verlaagd tarief van 20,4%, dan bespaart zij 8,16 EUR (40 x 20,4%) aan belastingen in 2018. Is de vennootschap uitgesloten van het verlaagd tarief dan bedraagt de belastingbesparing 11,83 EUR  (40 x 29,58%) in 2018.

Let op.. Om het exacte verschil in belastingbesparing te kennen moet u ook nog rekening houden met de daling van het belastingtarief in 2020 (vooral van 29,58% naar 25% voor niet-kmo vennootschappen) aangezien de afschrijvingskosten uitgesmeerd worden over 5 jaar in ons voorbeeld.

Samengevat over de hele investeringstermijn met lineaire afschrijvingen: investering van 100 en steeds verlaagd tarief en winst 2017 vóór investering = 25.000€

Investering gedaan in 2017 met lineaire afschrijvingen:

  2017 2018 2019 2020 2021 totaal
Afschrijvingskost 20 20 20 20 20  
Investeringsaftrek 8          
Totale aftrekken 28 20 20 20 20  
Tarief x 24,98% x 20,4% x 20,4% x 20% x 20%  
belastingbesparing 7 4,08 4,08 4 4 23,16

Investering gedaan in 2018 met lineaire afschrijvingen:

  2018 2019 2020 2021 2022 totaal
Afschrijvingskost 20 20 20 20 20  
Investeringsaftrek 20          
Totale aftrekken 40 20 20 20 20  
Tarief x 20,4% x 20,4% x 20% x 20% x 20%  
belastingbesparing 8,16 4,08 4 4 4 24,24

Samengevat lineaire afschrijvingen en nooit recht op het verlaagd tarief (investering = 100)

Investering gedaan in 2017 met lineaire afschrijvingen:

  2017 2018 2019 2020 2021 totaal
Afschrijvingskost 20 20 20 20 20  
Investeringsaftrek 8          
Totale aftrekken 28 20 20 20 20  
Tarief x 33,99% 29,58% 29,58% 25% 25%  
belastingbesparing 9,52 5,92 5,92 5 5 31,36

Investering gedaan in 2018 met lineaire afschrijvingen:

  2018 2019 2020 2021 2022 totaal
Afschrijvingskost 20 20 20 20 20  
Investeringsaftrek 20          
Totale aftrekken 40 20 20 20 20  
Tarief x 29,58% x 29,58% x 25% x 25% x 25%  
belastingbesparing 11,83 5,91 5 5 5 32,74

Ten gevolge van de daling van de belastingtarieven in de vennootschapsbelasting in 2018 én in 2020 zullen de afschrijvingskosten en de investeringsaftrek een relatief kleinere belastingbesparing opleveren. De investering uitstellen tot 2018 levert bijgevolg weinig spectaculaire verschillen in belastingbesparing op, ondanks de hogere investeringsaftrek.

Als de vennootschap ervoor kiest om de investering degressief af te schrijven dan blijven de verschillen heel miniem.

Cijfervoorbeeld 2

Stel dat een vennootschap een investering doet van 100 EUR met levensduur van 5 die ze degressief afschrijft (40% = degressief afschrijvingspercentage).

Samengevat over de hele investeringstermijn met degressieve afschrijvingen: investering van 100 en steeds verlaagd tarief en winst 2017 vóór investering = 25.000€

Investering gedaan in 2017 met degressieve afschrijvingen:

  2017 2018 2019 2020 2021 totaal
Afschrijvingskost 40 24 20 16    
Investeringsaftrek 8          
Totale aftrekken 48 24 20 16    
Tarief x 24,98% x 20,4% x 20,4% x 20%    
belastingbesparing 12 4,90 4,08 3,2   24,18

Investering gedaan in 2018 met degressieve afschrijvingen:

  2018 2019 2020 2021 2022 totaal
Afschrijvingskost 40 24 20 16    
Investeringsaftrek 20          
Totale aftrekken 60 24 20 16    
Tarief x 20,4% x 20,4% x 20% x 20%    
belastingbesparing 12,24 4,90 4 3,2   24,34

Samengevat over de hele investeringstermijn met degressieve afschrijvingen: investering van 100 en nooit recht op het verlaagd tarief

Investering gedaan in 2017 met degressieve afschrijvingen:

  2017 2018 2019 2020 2021 totaal
Afschrijvingskost 40 24 20 16    
Investeringsaftrek 8          
Totale aftrekken 48 24 20 16    
Tarief x 33,99% 29,58% 29,58% 25%    
belastingbesparing 16,32 7,10 5,92 4   33,34

Investering gedaan in 2018 met degressieve afschrijvingen:

  2018 2019 2020 2021 2022 totaal
Afschrijvingskost 40 24 20 16    
Investeringsaftrek 20          
Totale aftrekken 60 24 20 16    
Tarief x 29,58% x 29,58% x 25% x 25%    
belastingbesparing 17,75 7,10 5 4   33,85

Conclusie

Voor winstgevende vennootschappen die effectief belasting verschuldigd zijn geeft het uitstel van een investering tot in 2018 geringe verschillen qua belastingbesparing ten opzichte van het verrichten van de investering in 2017, ondanks de hogere investeringsaftrek in 2018.

Zelfstandigen met een eenmanszaak (winsten en baten) stellen hun geplande investeringen best uit naar 2018. Voor hen stijgt de eenmalige investeringsaftrek ook van 8% naar 20% voor de jaren 2018 en 2019 terwijl de marginale tarieven in de personenbelasting dezelfde blijven.

Voor personenwagens moet u opletten aangezien de fiscale aftrekbaarheid grondig zal wijzigen vanaf 01/01/2020. Daar zoomen wij in een volgende bijdrage dieper op in.

Wens je meer info?

Schrijf je in voor de seminariereeks: opfrissingscursus vennootschapsbelasting.
Of word lid van 1 van onze 15 fiscale clubs.