Het Hof van Cassatie heeft zich in 2014 uitgesproken over de vraag of een eigen bijdrage voor het privé gebruik van een bedrijfswagen al dan niet mag afgetrokken worden van de te beperken autokosten. Het hof van beroep te Gent sluit zich nu ook aan bij deze redenering die al eerder door de hoven van beroep te Antwerpen en te Bergen werd aangenomen.

Voordeel van alle aard

Wanneer autokosten betrekking hebben op een wagen die werknemers of bedrijfsleiders ook privé gebruiken, dan moet de vennootschap geen aftrekbeperking toepassen ten belope van het voordeel van alle aard dat wordt belast in de personenbelasting. Immers, in de mate dat die autokost correspondeert met een voordeel van alle aard, krijgt de kost het karakter van een loon, en de aftrekbeperking is niet van toepassing op bezoldigingen. Dat is de zgn. bezoldigingstheorie die de administratie zelf erkent in haar commentaar (ComIB, 66/41 en 195/109).

Administratieve visie: eigen bijdrage niet aftrekken

Volgens de Minister van Financiën mag er géén correctie van de verworpen uitgaven in min gebeuren voor het gedeelte van het voordeel dat wordt doorgerekend aan de genieter (Parl. Vr. nr. 1206 Dhr. Borginon, 27 maart 2006 en Parl. Vr. nr. 218 Dhr. Van Der Maelen, 7 maart 2014). De administratie wil haar toegeving in geval van een voordeel van alle aard (Com.IB 1992, 66/41) niet doortrekken naar de situatie waarin een bijdrage voor het privégebruik van de firmawagen wordt betaald.

Zelfs na het arrest van het Hof van Cassatie van 10 oktober 2014 (zie hierna) liet de Minister van Financiën weten dat de administratie bij haar standpunt blijft. Het Hof van beroep van Antwerpen had op 17 mei 2011 oordeelde dat de eigen bijdrage wél in min mag komen van de te beperken autokosten in de berekening van de VU auto. De voorziening van de administratie tegen dat arrest werd door het Hof van Cassatie verworpen. Volgens de fiscus beperkte het Hof van Cassatie zich tot het verwerpen van aangevoerde cassatiemiddelen, zonder zich over de legaliteit van de interpretatie uit te spreken. Bijgevolg mag enkel het VAA dat belast wordt bij bedrijfsleider/werknemer in mindering komen van de te beperken autokosten. Een eigen bijdrage van de bedrijfsleider/werknemer is geen loonkost. Volgens de administratie blijven in die situatie alle bruto autokosten aan de aftrekbeperking onderworpen terwijl de ontvangen bijdrage belastbare winst vormt (Parl. Vr. nr. 15, Veerle Wouters, 22 oktober 2014).

Hof van Cassatie, 10 oktober 2014

In bepaalde bedrijven wordt het  voordeel voor de bedrijfswagen niet (volledig) kosteloos toegekend omdat er  een ‘eigen bijdrage’ wordt gevraagd. De werknemer of de bedrijfsleider betaalt dan een vergoeding voor het privé gebruik van de wagen. Dit vergoedingssysteem kan op drie manier georganiseerd worden:  de vennootschap reikt een factuur uit aan de genieter, de vennootschap doet een inhouding op het netto loon van de genieter of de vennootschap boekt de vergoeding op het debet van de rekening courant.

De administratie meende dat enkel het nettovoordeel (VAA min  de eigen bijdrage) mocht afgetrokken worden van de te beperken autokosten. De te beperken autokosten mochten volgens de fiscus dus niet verminderd worden met het bedrag van de eigen bijdrage  (Parl. Vraag nr. 1026, Borginon dd. 27 maart 2006).

Dat standpunt werd niet altijd gevolgd door de rechtspraak. Zo besliste het Hof van Beroep van Antwerpen drie keer anders (18 mei 2010, 17 mei 2011 en 11 september 2012).

De administratie had een cassatieberoep aangetekend tegen de drie arresten van het Hof van Beroep van Antwerpen. Dat cassatieberoep werd nu verworpen.

Volgens het Hof van Cassatie is de fiscale aftrekbeperking enkel van toepassing op de autokosten  die verband houden met het professioneel gebruik van de personenwagen, en niet op de kosten in verband met het privaat gebruik van de personenwagen. De aftrekbeperking moet enkel in hoofde van de werknemer moet worden toegepast. De kost in hoofde van de vennootschap vormt geen last, aangezien zij de kosten heeft voorgeschoten aan haar werknemers en de ontvangen vergoedingen strekten tot delging van dit voorschot. Feitelijk is er sprake van “kosten eigen aan de werknemer” die de werkgever heeft voorgeschoten.

Het Hof van Cassatie heeft aanvaard dat een eigen bijdrage voor het privé gebruik van een bedrijfswagen ook mag afgetrokken worden van de te beperken autokosten.

Arrest Hof van beroep Gent, 17 december 2019 (2018/AR/1804)

De grondslag waarop de aftrekbeperking voor autokosten in hoofde van de vennootschap moet worden toegepast, mag wel degelijk verminderd worden met de eigen bijdrage die de bedrijfsleider of werknemer heeft betaald. Het hof te Gent baseert zich op een gedetailleerde analyse van artikel 66, § 2, 3° WIB 1992 dat de aftrekbeperking niet van toepassing verklaart op voertuigen die uitsluitend aan derden worden verhuurd.

Wanneer een derde een voertuig van een belastingplichtige voor eigen doeleinden gebruikt, gaat de aftrekbeperking over op de gebruiker. Zodra de werknemer/bedrijfsleider met de wagen rijdt voor eigen rekening, hetzij privé, hetzij in het kader van een andere beroepswerkzaamheid, is er geen gebruik meer van het voertuig door of voor rekening van de werkgever/vennootschap, zodat de kosten die betrekking hebben op dit gebruik niet aan de aftrekbeperking in hoofde van de werkgever/vennootschap zijn onderworpen.

Wanneer de werknemer/bedrijfsleider voor dit eigen gebruik van de firmawagen geen vergoeding betaalt, geniet hij een voordeel van alle aard en worden de autokosten in die mate als loonkosten beschouwd, die niet onder de aftrekbeperking van artikel 66 WIB 1992 vallen. Dit is geen administratieve tolerantie, maar gewoon een correcte toepassing van de wet.

Wanneer de werknemer/bedrijfsleider een deel van de autokosten ten laste neemt, doet hij dat enkel om van het voertuig gebruik te kunnen maken voor eigen rekening. Ook in deze situatie wordt het voertuig niet langer "gebruikt" door de werkgever/vennootschap in de zin van artikel 66 WIB 1992. Het feit dat de werknemer/bedrijfsleider in de mate dat hij een eigen bijdrage betaalt, niet op een voordeel van alle aard wordt belast (art. 36, § 2, in fine WIB 1992), neemt niet weg dat hij het voertuig enkel voor eigen gebruik aanwendt, zodat het niet meer door of voor rekening van de werkgever wordt gebruikt. In de mate dat de werknemer/bedrijfsleider een vergoeding betaalt, is er in hoofde van de werkgever/vennootschap geen "gebruik" meer in de zin van artikel 66 WIB 1992 en dus ook geen beperking van de aftrekbaarheid.

Kosten voor het eigen gebruik van een voertuig, die door de werknemer/bedrijfsleider aan de werkgever/vennootschap worden vergoed, zijn derhalve geen autokosten die krachtens artikel 66 WIB 1992 aan de aftrekbeperking zijn onderworpen.<:p>

Ontdek onze nieuwe clubs!

Op de hoogte blijven van onze seminaries?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief