Wie als bedrijfsleider een groepsverzekering of een individuele pensioentoezegging lopen heeft via zijn vennootschap, kan zijn vennootschap mogelijks ook een backservicepremie laten betalen. Is het zinvol om zo’n backservice nog te doen in 2017 in plaats van in 2018?

Backservicepremie 2017

Wat is een backservicepremie?

80% regel. De premies die een vennootschap stort in een groepsverzekering of een individuele pensioentoezegging (IPT) in het kader van de extra legale pensioenopbouw * ten voordele van haar bedrijfsleider, zijn fiscaal aftrekbaar als beroepskost voor zover de zgn. 80%-regel nageleefd is. Die 80%-grens houdt in dat het totaal pensioen – dus zowel het wettelijk als het aanvullend pensioen – uitgedrukt in jaarlijkse renten, niet meer mag bedragen dan 80% van de laatste normale brutojaarbezoldiging van de bedrijfsleider. Het wettelijk pensioen waarmee wordt rekening gehouden is gelijk 25% van de bruto brutojaarbezoldiging, met een minimum van 13.108,32 EUR en een maximum van 16.299,35 EURvoor 201t (circulaire 2017/C/20 van 06.04.2017).

De laatste brutojaarbezoldiging is in principe de normale brutojaarbezoldiging die de bedrijfsleider ontvangt in het jaar vóór hij met pensioen gaat. Aangezien die “eindwedde” nu nog niet gekend is wordt de 80%-grens tijdens de opbouwfase van het extra legaal pensioen berekend op het huidige normale brutobezoldiging van de bedrijfsleider.

Om de normale jaarbezoldiging te bepalen, tellen ook belastbare voordelen van alle aard mee voor zover ze een regelmatig en maandelijks karakter hebben. Denk bijvoorbeeld aan het voordeel bedrijfswagen, gratis woonst, smartphone, pc, elektriciteit, verwarming, sociale bijdragen ed.. Deze voordelen zijn in principe ook loon voor de 80%-grens Een tantième daartegen telt niet mee bij gebrek aan regelmatig en maandelijks karakter.

Backservice. Een backservicepremie is een soort ‘inhaalpremie’ voor arbeidsjaren van het verleden, zowel binnen de vennootschap als buiten de vennootschap. Voor de gewerkte jaren buiten de vennootschap mag men maximaal tien jaar in rekening brengen. Een backservice of inhaalpremie betekent in feite dat de bedrijfsleider mag doen alsof hij in het verleden een even hoog loon had als nu. Voor de voorbije jaren mag de vennootschap dus premies ‘inhalen’ die berekend worden op de huidige jaarbezoldiging als die hoger ligt dan vroeger, zelfs al werden er in het verleden maximale premies betaald op basis van het toenmalige loon..

De bedrijfsleider kan daarmee niet enkel premies inhalen voor de jaren dat hij nog geen groepsverzekering of individuele pensioentoezegging had, maar ook voor de jaren dat hij er wel al één had, maar er daarvoor lagere premies betaald werden dan wat mogelijk is volgens de 80%-regel.

Voordelen backservice

Zo’n backservicepremie is interessant om twee redenen.  Eén, op deze manier zorgt de vennootschap ervoor dat haar bedrijfsleider over een aantal jaren een hoger aanvullend pensioen ontvangt. Twee, door de aftrek van de backservicepremie daalt de belastbare winst van de vennootschap waardoor de vennootschap belastingen bespaart.

Aandachtspunten backservice

Maar er zijn wel enkele beperkingen en aandachtspunten waarmee rekening moet gehouden worden.

Het verzekeringscontract moet zo’n backservicepremie wel toelaten. De backservicepremie moet zelf ook voldoen aan de 80%-regel.

De bezoldiging waarop de 80%-grens berekend wordt, moet wel normaal zijn, d.w.z. van dezelfde grootteorde als de vorige jaren. Overdreven betalingen of toekenningen die alleen tot doel zouden hebben om de 80%-grens te omzeilen, kan de fiscus verwerpen. Het heeft dus geen zin om in het jaar van de backservicepremie eenmalig een veel hoger loon op te nemen om de 80%-grens en dus de aftrekbare premie aanzienlijk te verhogen.

Wacht niet met een backservicepremie tot de vennootschap al (bijna) in vereffening is. Want in dat geval kan de fiscus de aftrek van de kost verwerpen door te stellen dat de vennootschap die premie niet betaald heeft om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden.

Een backservicepremie moet direct betaald worden opdat deze aftrekbaar is als beroepskost. De maximaal aftrekbare backservicepremie wordt dus mede bepaald door het bedrag aan liquide middelen dat de vennootschap kan vrijmaken.

De Wyninckx-bijdrage wordt niet enkel berekend op de gewone premies voor een extralegaal pensioen, maar ook op de backservicepremies. Deze sociale bijdrage bedraagt 1,5% op het deel van de groepsverzekerings- of IPT-premies boven 31.836 EUR/jaar (geïndexeerd bedrag voor 2017). De  Wyninckx-bijdrage wordt berekend op de verzekeringspremies van het jaar voordien.

Indien de vennootschap dit zou wensen kan zij er eventueel voor opteren om de backservice premie te spreiden in de tijd in plaats van één grote backservicepremie in één keer te betalen. Gespreid betaalde premies renderen wel later dan een eenmalige premie en zijn dus iets hoger voor eenzelfde pensioenkapitaal. 

Waarom is een éénmalige backservice in 2017 extra interessant?

Er zijn drie redenen waarom het aangewezen kan zijn om in 2017 alsnog een backservice te doen in plaats van later op voorwaarde dat er nog voldoende ruimte binnen de 80% grens voor bestaat.

Eén, daling VenB-tarieven. De belangrijkste reden is dat de tarieven van de vennootschapsbelasting vanaf volgend jaar 2018 dalen voor alle vennootschappen. Dit betekent dat de aftrek van een backservicepremie in 2017 de vennootschap normaal een grotere belastingbesparing oplevert dan de aftrek van eenzelfde bedrag in 2018.

Twee, verstrengde berekening 80% grens. Vanaf 2019 wil de regering de 80%-grens voor het aanvullend pensioen verscherpen. De regering-Michel wil niet langer de normale brutojaarbezoldiging van het laatste jaar laten meetellen. In plaats daarvan zou er gekeken worden naar de gemiddelde bezoldiging, berekend over een langere periode. Daardoor zou de 80%-grens naar beneden kunnen gaan. Hoe lang die referentieperiode zal zijn, is nog niet beslist. Als de 80%-grens minder voordelig berekend zal worden in de toekomst zal er een minder grote backservicepremie aftrekbaar zijn. Bovendien zal de fiscus vanaf volgend jaar 2018 ook meer en preciezere controles op de naleving van de 80%-grens kunnen uitvoeren met behulp van de zgn. databank tweede pensioenpijler (DB2P), die alle aanvullende pensioenregelingen bevat.

Drie, hogere Wyninckx-bijdrage. Indien de door de vennootschap in een groepsverzekering of IPT gestorte premies hoger zijn dan 31.836 EUR (geïndexeerd bedrag voor 2017), dan moet zij een sociale bijdrage van 1,5% betalen op het deel van de premie boven deze grens. De regering Michel wil vanaf 2018 of 2019 ook het tarief van de zgn. Wyninckx-bijdrage verdubbelen, nl. van 1,5% naar 3%. Die sociale bijdrage is verschuldigd op alle premies van een groepsverzekering of IPT, inclusief die voor een backservice in de mate van de overschrijding van het jaarplafond van 31.836 EUR (grens voor 2017).

BESLUIT. Een backservicepremie betalen in 2017 is interessant omdat de aftrek nog kan verzilverd worden tegen de huidige hoge tarieven vennootschapsbelasting, omdat de 80%-grens in de toekomst minder voordelig zal berekend worden en omdat de Wyninckx-bijdrage zal verdubbelen. Maar er moet wel voldoende ruimte binnen de 80%-grens zijn om dit te kunnen realiseren. Het loont zeker de moeite om de premieberekening te herbekijken.