Bij KB van 9 april 2024 (BS 15 april 2024) werd het aangifteformulier vastgesteld dat in de vennootschapsbelasting moet worden gebruikt voor aanslagjaar 2024 (d.w.z. voor de boekjaren die afsluiten op 31 december 2023 of in de loop van 2024 maar vóór 31 december 2024).

Aangifte vennootschapsbelasting aanslagjaar 2024: wat is nieuw?

Meer informatie kan je verkrijgen via onze nieuwe fiscale club en is ook beschikbaar in het fiscaal kennisplatform Practinet.

Hierna volgt een overzicht van de formele wijzigingen die het formulier heeft ondergaan in vergelijking met het formulier voor aanslagjaar 2023:

Aanpassingen in meer begintoestand reserves

In sommige gevallen moet de begintoestand van de belastbare gereserveerde winst in 'meer' worden aangepast, zodat de positieve beweging van de reserves wordt verminderd, en dus ook het belastbaar resultaat.

Meerwaarden op aandelen CFC-regeling

Zie ook: Nieuwe CFC-regelgeving vanaf aanslagjaar 2024

De aangifte maakt hier melding van de nieuwe rubriek "Meerwaarden op aandelen in het kader van de CFC-regeling" (code 1068). Deze nieuwe rubriek houdt verband met de wijzigingen die de Programmawet van 22 december 2023 met ingang van aanslagjaar 2024 heeft doorgevoerd aan de CFC-regeling (waarbij CFC staat voor Controlled Foreign Company). De nieuwe regeling houdt in dat de controlerende Belgische vennootschap, onder de gestelde voorwaarden, belastbaar is op welbepaalde niet-uitgekeerde passieve inkomsten van de CFC.

De wetgever heeft in een bijzondere maatregel voorzien die moet vermijden dat winst die in toepassing van de CFC-regeling al bij de Belgische vennootschap werd belast als niet-uitgekeerde CFC-winst, nogmaals wordt belast bij de vervreemding van de deelneming in de CFC. De maatregel bestaat erin dat de meerwaarde verwezenlijkt bij de vervreemding wordt vrijgesteld, althans voor zover de meerwaarde hoger is dan het verschil tussen, enerzijds, de eerder in België aangenomen waardeverminderingen op de overgedragen aandelen en, anderzijds, het gedeelte ervan dat reeds werd herbelast (op grond van art. 24, lid 1, 3° WIB 1992); (art. 192, § 4 WIB 1992).

De vrijstelling van de meerwaarde wordt in de aangifte verwerkt via een aanpassing in meer van de begintoestand van de reserves. Vandaar de toevoeging van de voormelde nieuwe code 1068.

Opbrengst uit schuldverminderingen

Zie ook: Schuldkwijtschelding in het kader van een minnelijk akkoord of een gehomologeerd reorganisatieplan: fiscale behandeling in hoofde van de schuldeiser en de schuldenaar.

Een aanpassing in meer van de begintoestand van de reserves moet ook gebeuren om rekening te houden met de vrijstelling van de winst die ontstaat uit schuldverminderingen voortvloeiend uit de homologatie van een reorganisatieplan en uit de vaststelling van een minnelijk akkoord (code 1055).

Deze opbrengst wordt eerst tijdelijk vrijgesteld (deze tijdelijk vrijgestelde opbrengst moet worden aangegeven onder de Vrijgestelde gereserveerde winst) en vervolgens definitief zodra het reorganisatieplan of het minnelijk akkoord volledig is uitgevoerd. Het is het definitief vrijgestelde bedrag dat bij code 1055 moet worden vermeld onder de bestanddelen die aanleiding geven tot een aanpassing in meer van de begintoestand van de reserves.

Aan deze rubriek is in de nieuwe aangifte nu toegevoegd dat het gaat om de vrijstelling van winst voortvloeiend uit een vóór 8 januari 2024 gehomologeerd reorganisatieplan of vastgesteld minnelijk akkoord.

Deze toevoeging is een gevolg van de wet van 28 december 2023 houdende diverse fiscale bepalingen die de vrijstellingsregeling heeft vervangen door een stelsel van uitgestelde gespreide belastingheffing. Deze gespreide heffing is in werking getreden op 8 januari 2024 en geldt enkel voor de sinds die datum vastgestelde minnelijke akkoorden en gehomologeerde reorganisatieplannen. Vandaar de toevoeging in de nieuwe aangifte dat het stelsel van definitieve vrijstelling van winst enkel verband kan houden met een vóór 8 januari 2024 gehomologeerd reorganisatieplan of vastgesteld minnelijk akkoord.

Vergoeding bijheffing minimumbelasting multinationals

Zie ook: Minimumbelasting voor multinationals (Pillar 2)

Volledig nieuw is de rubriek “bedrag verkregen als vergoeding voor een bijheffing in het kader van de minimumbelasting voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen” (code 1069).

Bedoeld is de minimumbelasting die werd ingevoerd door de wet van 19 december 2023 en die erop neerkomt dat voormelde groepen een bijheffing verschuldigd zijn, als zij niet ten minste effectief 15 % aan belasting over hun winst betalen.

Bestaat een geviseerde groep uit "meerdere in België gevestigde groepsentiteiten, dan wordt de bijheffing geheven bij de groepsentiteit met het grootste netto kwalificerend inkomen in België. Maar de groep kan ervoor kiezen een andere in België gevestigde groepsentiteit aan te duiden bij wie de belasting geheven wordt (de binnenlandse bijheffing en de zgn. UTPR-heffing).

Vanuit vennootschapsrechtelijk perspectief, is evenwel niet één enkele entiteit gehouden voor de betaling van de bijheffing voor de groep in België, en kan het zijn dat de groep een opdeling wil maken per entiteit in België naar rato van het aandeel dat die entiteit strikt genomen heeft in het verschuldigd zijn van een bijheffing (MvT, Parl.St. Kamer 2023-24, nr. 55- 3678/001, 119).

Veronderstel dat een bijheffing verschuldigd is door een Belgische groep bestaande uit twee groepsentiteiten, Belgische vennootschappen A en B. A heeft het 'grootste netto kwalificerend inkomen' en moet de bijheffing dus in principe betalen. Maar de bijheffing is eigenlijk uitsluitend verschuldigd doordat B 'te weinig' belasting heeft betaald (om op het niveau van de groep aan de 15 %-norm te voldoen). Daarom is binnen de groep beslist dat B een vergoeding zal betalen aan A voor de bijheffing die deze laatste moet betalen. Deze vergoeding voor betaalde belasting zou normalerwijze een belastbaar inkomen vormen in hoofde van de ontvanger (in ons voorbeeld, A), en mogelijks een aftrekbare beroepskost in hoofde van de betaler (in ons voorbeeld, B).

Maar de wetgever heeft beslist een dergelijke vergoedingsregeling fiscaal neutraal te laten gebeuren. De vergoeding die aldus wordt overeengekomen, wordt meer bepaald fiscaal geneutraliseerd door deze vergoeding :

  • in hoofde van de betaler (B) niet als een beroepskost aan te merken (de nieuwe code 1250 in het vak over de verworpen uitgaven);
  • in hoofde van de ontvanger (A) vrij te stellen van de belastbare grondslag. Meer bepaald, verleent de wetgever een vrijstelling ten belope van het bedrag dat als vergoeding dient voor de bijheffing zoals bedoeld in de art. 28 en 35 van de wet van 19 december 2023 die betaald is door de binnenlandse vennootschap of Belgische inrichting (art. 194septies, derde gedachtestreepje WIB 1992 zoals met ingang van 31 december 2023 ingevoerd door art. 69 wet van 19 december 2023).

Het is dit bedrag dat in ons voorbeeld vennootschap A moet vermelden bij de nieuwe code 1069 in de aangifte.

Vrijgestelde gereserveerde winst

Opbrengst uit schuldverminderingen

Zie ook: Schuldkwijtschelding in het kader van een minnelijk akkoord of een gehomologeerd reorganisatieplan: fiscale behandeling in hoofde van de schuldeiser en de schuldenaar

Zoals hiervoor gezegd, geldt er een fiscale vrijstellingsregeling voor de opbrengst die bij een schuldenaar ontstaat uit welbepaalde schuldverminderingen verleend in het kader van een 'gerechtelijke' reorganisatie. De vrijstelling wordt eerst tijdelijk verleend (in afwachting van de 'volledige' uitvoering van het betrokken reorganisatieplan of minnelijk akkoord) vanaf het aanslagjaar verbonden aan het belastbare tijdperk waarin het vonnis wordt gepubliceerd dat het reorganisatieplan homologeert of het minnelijk akkoord vaststelt.

Deze tijdelijke vrijstelling is slechts voorwaardelijk: zij vereist de naleving van de onaantastbaarheids-voorwaarde en de toevoeging van bepaalde verantwoordingsstukken bij de aangifte.

Deze 'voorlopig' vrijgestelde opbrengst moet worden aangegeven in de rubriek "Winst voortvloeiend uit de homologatie van een reorganisatieplan en uit de vaststelling van een minnelijk akkoord" (code 1123); (als de vrijstelling een 'definitief' karakter verkrijgt, moet zij in de aangifte worden verwerkt via een aanpassing 'in meer' van de begintoestand van de reserves; zie hoger).

Ook hier voegt de nieuwe aangifte eraan toe dat het gaat om winst voortvloeiend uit een "vóór 8 januari 2024" gehomologeerd reorganisatieplan of vastgesteld minnelijk akkoord. Deze toevoeging is eveneens een gevolg van de voormelde wet van 28 december 2023 die de vrijstellingsregeling heeft vervangen door een stelsel van uitgestelde gespreide belastingheffing voor de sinds 8 januari 2024 vastgestelde minnelijke akkoorden en gehomologeerde reorganisatieplannen (zie hoger).

In de gevallen waarin de nieuwe regeling (de gespreide belastingheffing) van toepassing is, moet de voorlopig vrijgestelde winst worden vermeld bij de nieuwe code 1131 "Winst voortvloeiend uit een vanaf 8 januari 2024 gehomologeerd reorganisatieplan of vastgesteld minnelijk akkoord".

Verworpen uitgaven en overige bestanddelen van het resultaat

Huur onroerend goed

Zie ook: Meldplicht (huur)vergoedingen onroerend goed

Met ingang van aanslagjaar 2024 heeft de wetgever een informatieplicht opgelegd aan belastingplichtigen die huurder zijn van een onroerend goed of houder zijn van een zakelijk gebruiksrecht op een onroerend goed (art. 307, § 2/2 WIB 1992). Zij moeten bij hun aangifte een bijlage toevoegen waarin zij een aantal gegevens moeten vermelden in verband met het onroerend goed in kwestie en de betaalde (huur)vergoedingen (het 'formulier nr. 270 MLH').

De nieuwe informatieplicht geldt niet

  1. Als de huurvergoedingen en vergoedingen voor een zakelijk gebruiksrecht "verbonden zijn aan de leveringen van goederen of diensten verricht door een belastingplichtige" gevestigd in de EER waarvoor volgens de toepasselijke BTW-reglementering daadwerkelijk "een factuur of een document in de plaats ervan werd opgesteld; OF
  2. Voor de huurprijs en toegekende huurvoordelen die betrekking hebben op een onroerend goed dat overeenkomstig de pachtwetgeving of een vergelijkbaar buitenlands recht dat de pachtprijzen beperkt, is verhuurd en wordt gebruikt voor land- of tuinbouw (Art. 18 W 12.05.2024 ,BS 29.05.2024).

De huurprijs en toegekende huurvoordelen evenals de uit hoofde van een recht van opstal, een recht van erfpacht of een ander zakelijk gebruiksrecht op onroerend goed toegekende vergoedingen en voordelen zijn niet als beroepskosten aftrekbaar wanneer

  1. de in artikel 307, § 2/2, bedoelde verplichting (formulier 270 MLH) voor die kosten niet is nageleefd (art. 53, 33°, a WIB 1992); of
  2. de huurprijs en toegekende huurvoordelen die betrekking hebben op een onroerend goed waarvan de huurovereenkomst kosteloos is geregistreerd overeenkomstig artikel 161, 12°, a) of b), van het Wetboek van de registratie-, hypotheek- en griffierechten of overeenkomstig die bepalingen kosteloos had kunnen worden geregistreerd wanneer het een in België gelegen onroerend goed was geweest. Maar op deze nieuwe regeling (geen aftrek bij kosteloze registratie als privéhuur) heeft hij wel één uitzondering gemaakt: met name, voor het geval het onroerend goed "door de belastingplichtige wordt gehuurd met als uitsluitend doel de huisvesting van één of meer werknemers of bedrijfsleiders en, desgevallend, hun gezin ingevolge een wettelijke of contractuele verplichting" (art. 53, 33°, b WIB 1992).

Opname dan van die niet-aftrekbare (huur)vergoedingen in de venb. in de nieuwe code 1248.

Minimumbelasting multinationals

Zie ook: Minimumbelasting voor multinationals (Pillar 2)

Zoals hoger gezegd, heeft de wet van 19 december 2023 een regeling ingevoerd die erin heeft voorzien dat als een multinationale onderneming of omvangrijke binnenlandse groep niet ten minste effectief 15 % aan belasting over de winst betaalt, zij een bijheffing verschuldigd is.

De betaalde bijheffing is niet als beroepskost aftrekbaar (art. 198, § 1, 18° WIB 1992 zoals met ingang van 31 december 2023 ingevoerd door art. 70 wet van 19 december 2023). Zij moet dus worden opgenomen onder de 'verworpen uitgaven' via de nieuwe code 1249 "Minimumbelasting voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen".

Merk op dat de niet-aftrekbaarheid als beroepskost ook geldt voor "de in mindering van de voormelde minimumbelasting gestorte sommen, alsmede de verhogingen, vermeerderingen, kosten en nalatigheidsinteresten met betrekking tot deze minimumbelasting en de voorheffingen" (voormeld art. 198, § 1, 18° WIB 1992).

Bedrag betaald als vergoeding voor bijheffing

Zie ook: Minimumbelasting voor multinationals (Pillar 2)

Nog in verband met de voormelde minimumbelasting bevat het vak over de 'verworpen uitgaven' ook een nieuwe code 1250 die de situatie viseert waarin een groepsentiteit (B) een som betaalt aan een andere groepsentiteit (A) ter vergoeding van de 'bijheffing' die deze laatste heeft betaald in het kader van de minimumbelasting. Zoals hoger gezegd, is deze betaling niet aftrekbaar in hoofde van het betalende groepslid (B) (nieuw art. 198, § 1, 19° WIB 1992 zoals met ingang van 31 december 2023 ingevoerd door art. 70 wet van 19 december 2023, en niet belastbaar in hoofde van het ontvangende groepslid (A) (zie hoger).

Belastingkredieten verhoging fietskilometervergoeding

Zie ook:

De wetgever heeft twee tijdelijke belastingkredieten ingevoerd die verband houden met de verhoging van de kilometervergoeding die een werkgever toekent voor de woon-werkverplaatsingen van zijn werknemers per fiets:

  1. Het ene belastingkrediet viseert de situatie waarin een werkgever de fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer 'vrijwillig' verhoogt (de regeling geldt voor de verplaatsingen afgelegd "in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026"; art. 17-22 wet van 22 december 2023 houdende diverse fiscale bepalingen.
  2. Het andere belastingkrediet geldt voor de werkgevers die hun fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer hebben 'moeten' verhogen ingevolge de algemeen verbindend verklaarde CAO nr. 164 (deze regeling geldt voor de verplaatsingen vanaf 1 mei 2023 tot en met 31 december 2024; art. 30-35 wet van 28 december 2023 houdende diverse fiscale bepalingen.

De 'verhoging' van de kilometervergoeding waarvoor op deze manier een belastingkrediet wordt toegekend, is niet als beroepskost aftrekbaar. Vandaar dat het vak inzake de verworpen uitgaven is aangevuld met twee nieuwe rubrieken:

  • "Uitgaven met betrekking tot de verhoging van de fietskilometervergoeding in toepassing van CAO nr. 164 waarvoor een belastingkrediet wordt verleend" (code 1251);
  • "Uitgaven met betrekking tot de facultatieve verhoging van de fietskilometervergoeding voor woon-werkverplaatsingen waarvoor een belastingkrediet wordt verleend" (code 1252).

Uiteenzetting van de winst

Aftrekken van de resterende winst

Aangifte vennootschapsbelasting AJ 2023:

Aangifte vennootschapsbelasting AJ 2024

In de opsomming van de 'aftrekken van de resterende winst' maakt het nieuwe aangifteformulier geen melding meer van :

  • de aftrek voor octrooi-inkomsten; deze aftrek werd met ingang van 1 juli 2016 opgeheven (en vervangen door de nieuwe 'aftrek voor innovatie-inkomsten'), zij het met een overgangsregeling die inhield dat de afgeschafte aftrek, onder bepaalde voorwaarden, verder kon worden toegepast tot en met 30 juni 2021 met betrekking tot octrooien die zijn aangevraagd of verworven vóór 1 juli 2016 (art. 543 WIB 1992). Deze aftrek kan dus niet meer van toepassing zijn, zodat het aangifteformulier er geen melding meer van maakt;
  • de aftrek voor risicokapitaal; deze aftrek is immers geschrapt met ingang van de belastbare tijdperken die worden afgesloten vanaf 31 december 2023.

Afzonderlijke aanslagen

Gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds

Zie ook: Gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen (GVBF)

De Programmawet van 22 december 2023 heeft erin voorzien dat 'gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen' vanaf 1 januari 2024 in bepaalde gevallen onderworpen worden aan een afzonderlijke aanslag van 10 %. Met het oog op de aangifte daarvan werd de nieuwe rubriek "Afzonderlijke aanslag in het kader van verrichtingen waarbij een gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds betrokken is" toegevoegd (code 1527).

Niet-terugbetaalbare voorheffingen

Buitenlandse belasting op niet-uitgekeerde CFC-winst

Zie ook: Nieuwe CFC-regelgeving vanaf aanslagjaar 2024

De rubriek omtrent de niet-terugbetaalbare voorheffingen bevat de nieuwe subrubriek "buitenlandse belasting op de niet-uitgekeerde winst van een gecontroleerde buitenlandse vennootschap" (code 1836).

Deze nieuwe subrubriek houdt verband met de reeds vermelde CFC-regeling zoals gewijzigd met ingang van aanslagjaar 2024. Die gewijzigde regeling heeft erin voorzien (als maatregel om dubbele belasting te vermijden) dat de bij de CFC geheven belasting voortaan in België wordt verrekend onder de voorwaarden en modaliteiten van artikel 289/1 WIB 1992.

Terugbetaalbare voorheffingen

Andere terugbetaalbare bestanddelen

Zie ook:

De rubriek "terugbetaalbare voorheffingen" is uitgebreid met de subrubriek "Andere terugbetaalbare bestanddelen" (code 1859). Deze subrubriek is toegevoegd om de aangifte mogelijk te maken van de twee nieuwe tijdelijke belastingkredieten die in bepaalde gevallen al van belang kunnen zijn voor aanslagjaar 2024; het gaat om:

  • het belastingkrediet ten behoeve van uitgevers van papieren kranten en/of tijdschriften "waarvoor ze verdeelkosten ten laste nemen gedurende de kalenderjaren 2024 tot 2026" (artikelen 47 tot 51 W 12.05.2024, BS 29.05.2024)
  • het belastingkrediet voor werkgevers die de werkgeversbijdrage in een treinabonnement voor het woon-werkverkeer vrijwillig verhogen (de regeling geldt voor de tussenkomsten van de werkgever die worden betaald of toegekend in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2027 (artikelen 56 tot 61 W 12.05.2024, BS 29.05.2024).

Belastingkredieten fietskilometervergoeding

Zoals gezegd, kunnen vennootschappen, onder bepaalde voorwaarden, een belastingkrediet genieten wanneer zij de fietskilometervergoeding toegekend aan hun werknemers voor hun woon-werkverplaatsingen, onder de gestelde voorwaarden, verhogen (zie hoger onder 'verworpen uitgaven').

Vennootschappen die het toepasselijke belastingkrediet willen genieten voor aanslagjaar 2024, moeten het belastingkrediet vermelden bij

  • de nieuwe code 1853 (het belastingkrediet i.v.m. de 'verplichte' verhoging van de kilometervergoeding in toepassing van CAO nr. 164) of
  • de nieuwe code 1855 (het belastingkrediet i.v.m. de 'facultatieve' verhoging van de kilometervergoeding).

Tevens moeten zij de vereiste bijlage bij de aangifte voegen (zie ook de toevoeging in het vak inzake de "diverse bescheiden en opgaven").

Aftrek voor octrooi-inkomsten

De nieuwe aangifte bevat niet langer het vak met het oog op de vermelding van bepaalde gegevens m.b.t. de (oude) aftrek voor octrooi-inkomsten. Deze aftrek kan immers niet meer van toepassing zijn (zie hoger).

Gecontroleerde buitenlandse ondernemingen

Aangifte vennootschapsbelasting AJ 2023

Aangifte vennootschapsbelasting AJ 2024

Naar aanleiding van de reeds vermelde wijziging van het CFC-stelsel, is ook het vak aangepast waar een aantal gegevens omtrent de "gecontroleerde buitenlandse ondernemingen" moeten worden vermeld. Merk in dat verband het volgende op:

  • de verplichting om in de aangifte het bestaan te melden van een CFC geldt ook als er geen CFC-winst in België belastbaar is omwille van de toepassing van een 'vrijstelling' (bv. de 'vrijstelling' die geldt als wordt aangetoond dat de CFC "een wezenlijke economische activiteit uitoefent, ondersteund door personeel, uitrusting, activa en gebouwen, zoals blijkt uit de relevante feiten en omstandigheden"; de vrijstelling bedoeld in art. 185/2, § 4, al. 1, eerste gedachtestreepje WIB 1992); er moet dan in dit vak van de aangifte worden aangeduid op welke vrijstelling "aanspraak wordt gemaakt";
  • ook het (hoogste) controlepercentage (inzake stemrechten, kapitaal of winst) in de CFC moet worden vermeld (art. 307, § 1/2, al. 5 WIB 1992 zoals van toepassing vanaf aanslagjaar 2024).

Diverse bescheiden en opgaven

In het overzicht van de desgevallend bij de aangifte te voegen opgaven maakt het nieuwe aangifteformulier geen melding meer van het formulier '275 C' inzake de aftrek voor risicokapitaal en het formulier '275 P' inzake de aftrek voor octrooi-inkomsten (gelet op de schrapping van deze stelsels; zie hoger).

Daarentegen maakt het overzicht melding van de twee nieuwe bijlagen i.v.m. de belastingkredieten voor de verhoging van de fietskilometervergoeding, alsook van het nieuwe formulier '270 MLH' dat huurders van onroerende goederen en houders van een zakelijk gebruiksrecht op een onroerend goed aan de aangifte moeten toevoegen.

Aangifteformulier vennootschapsbelasting AJ 2024

Nieuwe fiscale clubs 2024-2025

Driemaandelijkse praktijkgerichte bespreking van de fiscale actualiteit inzake personenbelasting en vennootschapsbelasting: fiscale wetgeving, parlementaire vragen, circulaires, rechtspraak alsook belangrijke op til zijnde wetswijzigingen. Met GRATIS toegang Practinet (modules PB en VenB) vanaf uw inschrijving tot 30/06/2025!

Schrijf nu in voor onze fiscale club

Bent u al geabonneerd op onze fiscale databank?

  • Vind snel antwoorden op uw fiscale vragen. Ontdek de meerwaarde van Practinet voor uw praktijk.

Op de hoogte blijven van onze seminaries?