Verwarring alom!

In fiscale middens heerst er verwarring over de correcte lezing van het nieuwe artikel 21, 13° WIB92 dat een vrijstelling voor interesten aan startende ondernemingen bevat. Een vrijstelling met betrekking tot een eerste schijf van 15.000 euro (geïndexeerd bedrag).

Stel dat een particulier via een erkend crowdfundingplatform een lening van 100.000,00 euro verstrekt die voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarden. Tegen een interestvoet van 3 pct. bedragen de jaarlijkse bruto-interesten dus 3.000,00 euro.

Hoeveel van deze interesten zijn nu vrijgesteld van RV en PB: de volledige 3.000,00 euro of slechts 450,00 euro (3.000,00 × 15.000 / 100.000,00 euro)?

M.a.w. heeft de eerste schijf van 15.000,00 euro betrekking op de interesten of op het uitgeleende bedrag? Het antwoord is duidelijk: de eerste schijf van 15.000,00 euro heeft betrekking op de interesten!

Van waar de verwarring?

Artikel 97 van het voorontwerp van Programmawet (DOC 54 1125/001, blz. 136) bepaalde het volgende:

De inkomsten van roerende goederen en kapitalen omvatten niet:

13° onverminderd de toepassing van artikel 18, eerste lid, 4°, en tweede lid, interesten van nieuwe buiten de beroepswerkzaamheid van de kredietgever afgesloten leningen met betrekking tot de eerste schijf van 9 965 euro per jaar en per belastingplichtige die gedurende vier jaar werd uitgeleend door een natuurlijk persoon aan een onderneming met tussenkomst van een crowdfundingplatform teneinde die onderneming in staat te stellen nieuwe economische init00iatieven te financieren, mits de volgende voorwaarden worden nageleefd: …

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de eerste schijf van 9.965 euro per jaar en per belastingplichtige betrekking had op het leningsbedrag. De memorie van toelichting werd geschreven op basis van het voorpontwerp van wet (DOC 54 1125/001, blz. 65 en volgende). De memorie van toelichting maakt melding van:

”De interesten die betrekking hebben op de eerste schijf van 15 000 euro die over een periode van vier jaar beschouwd door de belastingplichtige worden uitgeleend onder de vorm van nieuwe leningen die zijn afgesloten door een natuurlijke persoon in het kader van het beheer van zijn privé vermogen en een onderneming om die onderneming toe te laten om economische projecten te financieren, worden vrijgesteld.”

Maar in het definitieve wetsvoorstel (opgenomen in DOC 54 1125/001, blz. 216) onderging de wetswijziging naast een nieuw artikelnummer 60 ipv 97 ook inhoudelijk een belangrijke aanpassing:

Artikel 60 van het wetsvoorstel (DOC 54 1125/001, blz. “216) bepaalt het volgende:

De inkomsten van roerende goederen en kapitalen omvatten niet:

13° onverminderd de toepassing van artikel 18, eerste lid, 4°, en tweede lid, interesten met betrekking tot de eerste schijf van 9 965 euro per jaar en per belastingplichtige van nieuwe buiten de beroepswerkzaamheid van de kredietgever afgesloten leningen die gedurende vier jaar werd uitgeleend door een natuurlijk persoon aan een onderneming met tussenkomst van een erkend crowdfundingplatform teneinde die onderneming in staat te stellen nieuwe economische initiatieven te financieren, mits de volgende voorwaarden worden nageleefd: …

 In de definitieve versie van de wettekst heeft de eerste schijf van 9.965 euro (geïndexeerd 15.000,00 euro) betrekking op het bedrag van de interesten en niet (meer) op het bedrag van de leningen.

Uiteraard betreft het de interesten van nieuwe buiten de beroepswerkzaamheid afgesloten leningen die aan de door de wet bepaalde voorwaarden moeten voldoen.

Conclusie:

Net zoals de interesten uit spaardeposito’s worden vrijgesteld voor de eerste schijf van 1.880,00 euro (AJ 2016) worden de interesten uit leningen aan startende ondernemingen vrijgesteld voor de eerste schijf van 15.000,00 euro (AJ 2016).

Ontdek onze nieuwe clubs!

Op de hoogte blijven van onze seminaries?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief