Vennootschappen, andere dan overeenkomstig artikel 8:4 WVV erkende coöperatieve vennootschappen, die niet aan ten minste één bedrijfsleider een bepaalde minimumbezoldiging hebben toegekend, verliezen het voordeel van het verlaagd tarief (art. 215, derde lid, 4° WIB 1992).

verlaagd tarief VenB

Schrijf je in voor onze fiscale club en btw club op locatie of via livestream!

In slechts één situatie is die bezoldigingsvereiste automatisch vervuld voor kleine vennootschappen (art 1:24 §§ 1-6 WVV), nl. gedurende hun eerste 4 boekjaren vanaf hun oprichting. Voor het begrip datum van oprichting verwijst de wetgever naar dat begrip in het kader van de tax shelter startende vennootschappen (zoals bedoeld in art. 145/26 §1, lid 3 en lid 4 WIB 1992).

Als datum van oprichting van de vennootschap neemt men de datum van neerlegging van de oprichtingsakte van de vennootschap ter griffie van de ondernemingsrechtbank.

De wetgever heeft in dit verband echter een antimisbruikregeling ingevoerd die bedoeld is om onechte starters de pas af te snijden. Ingeval van voortzetting van een bestaande activiteit wordt niet gekeken naar de datum van de neerlegging van de oprichtingsakte van de vennootschap ter griffie van de ondernemingsrechtbank, maar wel naar een eerdere datum:

  • is er sprake van de voortzetting van een werkzaamheid die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon, dan telt het ogenblik van de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen door die natuurlijke persoon;
  • bij de voortzetting van een werkzaamheid die voorheen werd uitgeoefend door een andere rechtspersoon, telt het ogenblik van de neerlegging van de oprichtingsakte van die andere rechtspersoon ter griffie van de ondernemingsrechtbank. 

De fiscale administratie heeft een nieuwe versie gepubliceerd van haar FAQ over de tax shelter voor startende kleine vennootschappen (circulaire 2020/C/75 van 29 mei 2020) waarin ze ingaat op het begrip ‘voortzetting van een bestaande activiteit’.

Zo somt de administratie een aantal criteria op waaruit kan blijken dat de startende vennootschap een werkzaamheid voortzet die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon of rechtspersoon X (FAQ nr. 3.3):

  • het feit dat vennootschap Y dezelfde activiteiten uitoefent als de natuurlijke persoon of rechtspersoon X, waarvan zij het geheel of een deel van de activa heeft overgenomen (bijvoorbeeld het overkopen van de stock van een failliete vennootschap kan erop wijzen dat de activiteit dezelfde is);
  • het feit dat vennootschap Y haar activiteiten op dezelfde locatie uitoefent als de natuurlijke persoon of rechtspersoon X;
  • het feit dat vennootschap Y en de natuurlijke persoon of rechtspersoon X dezelfde leveranciers hebben;
  • het feit dat vennootschap Y en de natuurlijke persoon of rechtspersoon X dezelfde klanten hebben (bijvoorbeeld: wanneer het handelsfonds van een failliete vennootschap wordt overgekocht, kan dit erop wijzen dat de klanten, minstens gedeeltelijk, dezelfde zijn);
  • het feit dat het personeel wordt overgedragen van de natuurlijke persoon of rechtspersoon X naar de vennootschap Y;
  • het feit dat dezelfde persoon de zakelijke leiding over de twee vennootschappen uitoefent (vb.: de zaakvoerder van vennootschap X wordt benoemd als vaste vertegenwoordiger van de vennootschap Y);
  • het feit dat het maatschappelijk doel van beide vennootschappen praktisch identiek is;
  • het feit dat het kapitaal van de nieuw opgerichte vennootschap Y voor 50 % in handen is van vennootschap X.

Om op dit punt een formeel akkoord te verkrijgen van de administratie, raadt de administratie in haar FAQ aan om het dossier voor te leggen aan de Rulingcommissie (DVB).

Het spreekt voor zich dat de administratie ook deze criteria inzake voortzetting van een werkzaamheid zal aangrijpen in het kader van de controle op de minimumbezoldigingsregel voor het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting. Wees hiervoor attent.

Schrijf je in voor onze fiscale club en btw club op locatie of via livestream!

Recent toegevoegde opleidingen