Via een circulaire van 15 mei 2018 laat de administratie weten dat zij zich neerlegt bij de rechtspraak en aanvaardt dat het voordeel van alle aard woning mag berekend worden op basis van het geïndexeerd KI 100/60, ongeacht de persoon die het onroerend goed ter beschikking stelt.

Artikel 18 KB/WIB 1992 maakt een onderscheid bij de waardering van het voordeel van alle arad voor een gratis ter beschikking gestelde woning naargelang de verstrekker van het voordeel een natuurlijk persoon dan wel een rechtspersoon is. In de rechtsspraak werd meermaals geoordeeld dat dit onderscheid in strijd is met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel ( HvB Gent 25 mei 2016, HvB Antwerpen 24 januari 2017, HvB Gent 20 februari 2018, Rb. Brugge 18 december 2017, Rb. Antwerpen 16 februari 2018 en Rb. Antwerpen 2 maart 2018).

fiscus legt zich neer bij de rechtspraak

Nieuw standpunt

In afwachting van die reglementaire wijziging heeft de administratie beslist om die rechtspraak te volgen. In het geval dat een rechtspersoon een woning ter beschikking stelt aan een werknemer of een bedrijfsleider zal het belastbaar voordeel bijgevolg worden geraamd op 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen van die woning. Dit is nog te verhogen met 2/3 voor een gemeubileerde woning .

Bezwaarschriften en rechtsprocedures?

Voor wat betreft de behandeling van bezwaarschriften en de rechtsprocedures die daaruit zijn voortgevloeid, kan akkoord worden gegaan dat bij de berekening van een voordeel van alle aard voor de terbeschikkingstelling van een onroerend goed of een gedeelte daarvan toepassing wordt gemaakt van artikel 18, § 3, 2, eerste lid, KB/WIB 92, ongeacht de persoon die het onroerend goed ter beschikking stelt.

Ontheffing van ambtswege ?

Vragen tot ontheffing van ambtswege van aanslagen die na het verstrijken van de bezwaartermijn worden ingediend en de daaruit voortgevloeide gerechtelijke procedures, zal de administratie afwijzen omdat niet voldaan is aan de voorwaarden voorzien in art. 376, § 1 en § 2, WIB 92. Een wijziging in de jurisprudentie wordt niet als nieuw gegeven beschouwd. Deze bepalingen zijn van toepassing in alle stadia van de procedure en tot de nieuwe bepalingen van artikel 18, § 3, 2, KB/WIB 92 in werking treden.

Bron: Circulaire 2018/C/57 dd. 15.05.2018

Meer informatie verneemt u op ons dagseminarie Aangifte personenbelasting en vennootschapsbelasting AJ 2018 met Sophie Hugelier en Wim Van Kerchove