Huidige regeling

De btw-vrijstelling voor transport bij uitvoer kan toegepast worden in de relatie tussen het transportbedrijf en uitvoerder van de goederen, maar ook in de voorgaande relaties met onderaannemers. Ook diensten die samenhangen met het vervoer zijn vrijgesteld van btw.

Arrest 'L.C.' IK van het Europees Hof van Justitie sluit de onderaannemers van het transport uit van vrijstellingsregeling voor uitvoer

Het Arrest 'L.C.' IK heeft tot gevolg dat indien de dienstverrichter een beroep doet op een onderaannemer er in de verhouding tussen de onderaannemer en de dienstverrichter geen toepassing kan worden gemaakt van de vrijstelling wegens uitvoer.

Wat betreft de Belgische btw-wetgeving, heeft het arrest gevolgen voor de toepassing van de vrijstelling voorzien in artikel 41, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek. Deze bepaling vormt immers de gedeeltelijke omzetting van artikel 146, lid 1, onder e), van de richtlijn 2006/112/EG in Belgisch recht.

Uit het arrest volgt dat de vrijstelling voor vervoerdiensten die rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen, voorzien in artikel 41, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek, slechts van toepassing kan zijn in de verhouding tussen enerzijds de dienstverrichter en anderzijds de afzender of de ontvanger van de uit te voeren goederen. De twee laatstgenoemde personen betreffen onder meer:

  • de verkoper of de koper van de uit te voeren goederen
  • de eigenaar, de huurder of de ontlener van de uit te voeren goederen
  • de maakloonwerker die goederen uitvoert buiten de Gemeenschap om ze een herstelling, bewerking, verwerking of aanpassing te laten ondergaan
  • de persoon die goederen wederuitvoert buiten de Gemeenschap, welke hij op zicht, op proef of in consignatie had ontvangen
  • de persoon die goederen wederuitvoert buiten de Gemeenschap, nadat ze door hem zijn hersteld, bewerkt, verwerkt of aangepast.

Indien de dienstverrichter een beroep doet op een onderaannemer voor het verrichten van de goederenvervoerdienst, kan de dienst verricht door de onderaannemer niet van de btw worden vrijgesteld op grond van artikel 41, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek.

VOORBEELD

Een Belgische belastingplichtige onderneming A verkoopt goederen aan klant B, die in Zwitserland gevestigd is. Hiervoor schakelt het Belgisch bedrijf transportbedrijf T in. Transportbedrijf T doet voor het vervoer vervolgens een beroep op transportbedrijf O. T en O zijn beiden in België gevestigde belastingplichtige transportondernemingen.

De concrete gevolgen:

  • De vervoersdienst die hoofdtransporteur T levert aan eindafnemer A blijft vrijgesteld van btw.
  • De vervoersdienst tussen onderaannemer O en hoofdtransporteur T is in de gewijzigde regeling onderworpen aan 21% btw.
  • De diensten voor het laden, lossen of wegen van de goederen tussen onderaannemer O en hoofdtransporteur T zijn vrijgesteld van btw indien deze apart worden aangerekend op de factuur.

Wat is de plaats van de dienst voor de vervoerdienst tussen onderaannemer O en hoofdtransporteur T?

In principe geldt hier ook de b2b-regel, zijnde dus de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd (art. 21, §2 W.Btw) of m.a.w. België in dit geval.

Vrijstelling wegens uitvoer?

Dat kan inderdaad ook, maar daar zijn dan wel voorwaarden aan verbonden. Concreet moeten namelijk voorwaarden vervuld zijn (art. 41, §1, 3° W.Btw):

  1. De vervoerdienst moet rechtstreeks verband houden met uitvoer. De dienst moet m.a.w. verricht worden met het oog op de uitvoer of m.a.w. de uitvoer voorbereiden en/of mogelijk maken.
  2. Op het ogenblik dat het vervoer aanvangt, moet het vaststaan dat de goederen vervoerd zullen worden naar een derde land.
  3. Op het ogenblik waarop de goederen de EU verlaten, moeten ze zich nog in dezelfde staat bevinden als bij het vertrek van het vervoer. Het enige dat ermee gebeurd mag zijn, is dat ze verpakt werden.
  4. De opdrachtgever van het transport moet de verkoper of de koper van de goederen zijn. De transportdienst verricht door de onderaannemer kan de btw-vrijstelling dus niet genieten (circulaire 2021/C/96, 27.10.2021).

Gevolgen van de nieuwe regeling?

De voervoerdienst door de hoofdtransporteur T: De vervoerdienst die T voor A verricht, vindt in België plaats (artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek) en is er aan de btw onderworpen (artikel 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek). Deze dienst wordt echter van de belasting vrijgesteld op grond van artikel 41, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek.

De vervoerdienst door de onderaannemer O: De vervoerdienst die O voor T verricht, vindt in België plaats (artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek) en is er aan de btw onderworpen (artikel 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek). Het voorgaande in acht genomen, is de vrijstelling voorzien in artikel 41, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek in deze relatie niet van toepassing. Btw van 21% te voldoen.

Inwerkingtreding

Initieel was het de bedoeling de regeling in werking te laten treden op 1 januari 2022. De inwerkingtreding van de circualire2021/C/96 werd eerst uitgesteld tot 1 april 2022, daarna tot 1 september 2022.

De administratie kondigt nu aan in haar circulaire 2022/C/72 van 19 juli 2022 dat de inwerkingtreding wordt opgeschort. De aangehaalde reden: “Om een uniforme toepassing tussen de lidstaten te verzekeren werd beslist om verschillende Europese instanties te consulteren over voornoemde problematiek”.

Btw seminaries

Nieuwe btw clubs 2022-2023

Op de hoogte blijven van onze seminaries?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief