In het Belgisch Staatsblad van 23 december 2019 werden een aantal aanpassingen gepubliceerd aan verschillende KB’s inzake btw tot invoering van de nieuwe regels en verplichtingen aangaande de Quick Fixes, zoals in de wetgeving ingeschreven via de wet van 3 november 2019 en met inwerkingtreding op 1 januari 2020. 

Quick Fixes: ook de KB’s zijn aangepast

Bewijsregeling vrijstellingen van de intracommunautaire leveringen van goederen 

Elke belastingplichtige moet ten aanzien van de Administratie kunnen aantonen dat alle grondvoorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling wegens ICL daadwerkelijk vervuld zijn. 

Dit kan door alle documenten die het bestaan van de levering van de goederen rechtvaardigen. Deze documenten omvatten onder meer de contracten, bestelbonnen, facturen en betalingsdocumenten. Deze lijst is niet volledig en het bewijs van verzending of het vervoer van de goederen vanuit België naar een andere lidstaat kan met andere middelen worden geleverd. 

De wet voorziet nu in een aantal wettelijke vermoedens om dit bewijs te aanvaarden en aldus de bewijslast om te keren naar de Administratie toe. Zo wordt aan de bewijslast ter zake voldaan indien een verklaring van één van de contractspartijen mede gestaafd wordt door ten minste twee andere niet-tegenstrijdige bewijsstukken die uitgaan van twee verschillende partijen die onafhankelijk zijn van elkaar en van de contractspartijen. In dat geval wordt de bewijslast omgekeerd. 

Bovendien wordt ook een aanvullend nationaal weerlegbaar vermoeden voorzien zodat het bewijs ook kan geleverd worden door middel van een bestemmingsdocument met betrekking tot deze goederen in combinatie met de factuur met betrekking tot het vervoer van deze goederen als het wordt uitgevoerd voor rekening van de leverancier. Aldus wordt de bestaande nationale administratieve praktijk opgenomen in de beslissing E.T. 129.460 van 1 juli 2016 ook wettelijk voorzien.

Nieuwe IC opgave: bestaat voortaan uit twee delen 

Vanaf 1 januari 2020 moeten de belastingplichtigen uiterlijk de twintigste van iedere kalendermaand bij de Administratie de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen indienen. Deze bestaat voortaan uit twee delen:

  • Een eerste gedeelte dat de gegevens herneemt die reeds moesten worden meegedeeld in de vorige versie, zoals het btw-identificatienummer van de afnemers van IC handelingen, de maatstaf van heffing ervan en de codes L, S en/of T;
  • Een tweede gedeelte dat de nieuwe gegevens herneemt die ingevolge de wettelijke wijzigingen voortaan zullen moeten worden meegedeeld met betrekking tot de regeling inzake voorraad op afroep. 

Beide delen moeten ook elektronisch worden ingediend. Het nieuwe formulier is ook opgenomen in het Belgisch Staatsblad van 23 december 2019. 

Registers in het kader van de regeling inzake voorraden op afroep 

In het kader van de regeling inzake voorraad op afroep dient elke belastingplichtige een register bij te houden om het voor de belastingadministratie mogelijk te maken om op een adequate manier de administratieve opvolging te verzekeren van de handelingen onder deze regeling, in de situatie dat de goederen vanuit België naar een voorraad op afroep in een andere lidstaat worden verzonden. 

De bestemmeling van de goederen in België moet in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep ook een register bijhouden in de situatie dat de goederen vanuit een andere lidstaat naar een voorraad op afroep in België worden verzonden.  De gegevens op te nemen in de beide (nieuwe) registers zijn voorzien in de artikelen 24bis en 24ter, van KB nr. 1. 

Schrijf je in voor onze btw club op locatie of via livestream!

Btw opleidingen

Op de hoogte blijven van onze seminaries?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief