Telkenmale een boekjaar wordt afgesloten waarin de lopende rekening van de bedrijfsleider een creditstand vertoont, stelt zich de vraag hoeveel interesten de vennootschap kan toekennen aan haar bedrijfsleider op zulke rekening courant met creditstand.

Wanneer de bedrijfsleider geld ter beschikking stelt van zijn vennootschap via diens RC, heeft hij recht op een rente. Interesten op een RC kunnen zijn een interessante (aanvullende) bron van inkomsten zijn. Interesten op schulden, leningen, ed. zijn slechts aftrekbaar in de mate dat ze niet hoger zijn dan de 'marktrente'.

maximale rente rc credit

Marktrente RC-credit voor inkomstenjaar 2020

Met ingang van 1 januari 2020 én voor de interesten die betrekking hebben op periodes na 31 december 2019 heeft de wetgever deze problematiek opgelost door zelf een omschrijving van de 'marktrente' in te voeren voor interesten van niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd. Dit zijn de rekening-couranten van bedrijfsleiders in hun vennootschap.

De wettelijke afgebakende marktrente bedraagt dan de met 2,5 % verhoogde rentevoet die de Belgische monetaire financiële instellingen (MFI) aan niet-financiële vennootschappen aanrekenen voor leningen tot 1.000.000 EUR met een variabel tarief en met een "initiële rentebepaling tot een jaar". De 'MFI'-rentevoet waarnaar de wetgever refereert, is deze van de maand november van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de interesten betrekking hebben.

Voor de interesten die betrekking hebben op het kalenderjaar 2020 moet dus worden gekeken naar de 'MFI'-rentevoet van november 2019. Volgens de website van de NBB bedraagt deze 1,56 % (http://stat.nbb.be/Index.aspx?DataSetCode=MIRCCO&lang=nl).
Bijgevolg is de de marktrente voor de geviseerde interesten op RC-creditstand m.b.t. het kalenderjaar 2020 gelijk aan 4,06 % (1,56 + 2,5).

Als de vennootschap op de bruto interest van 4,06% de roerende voorheffing van 30% inhoudt, dan ontvangt de bedrijfsleider een netto-interestvergoeding van 2,84%. Dat is toch behoorlijk meer dat hetgeen een gewoon spaarboekje bij een financiële instelling tegenwoordig aan rente biedt.

Marktrente RC-credit voor inkomstenjaar 2019

Alhoewel de nieuwe spelregels pas gelden op de credit-interesten voor inkomstenjaar 2020, kunnen deze toch richtinggevend werken in 2019. Als we de nieuwe spelregels reeds zouden toepassen op inkomstenjaar 2019 dan bedraagt de ‘marktrente voor RC creditstand’ voor inkomstenjaar 2019 4,09% (zijnde MFI-rente november 2018 1,59% + 2,5%).

Wie de nieuwe spelregels nog niet toepast voor 2019 en blijft vasthouden aan de richtinggevende de rentetarieven van de NBB voorrekening courant kredieten ten aanzien van  niet-financiële ondernemingen (zie http://stat.nbb.be/Index.aspx?DataSetCode=MIRCCO&lang=nl), komt uit op 4,22% gemiddeld voor inkomstenjaar 2019: [ 4,34% + 4,28 % + 3,99% + 4,30% + 4,26% + 4,35% + 3,83% + 4,06% + 4,26% + 4,19% + 4,63% + 4,15%) / 12 ].

Een vennootschap is niet verplicht om de rente voor inkomstenjaar 2019 te beperken tot 4,22%. Indien de vennootschap een hoger tarief hanteert (bijvoorbeeld 5%) moet zij dat hoger tarief onderbouwen, bijvoorbeeld op basis van een offerte van de huisbankier. M.a.w. een hogere rente is mogelijk mits de marktconformiteit kan worden aangetoond.

30% RV inhouden

Als een vennootschap interesten toekent aan haar bedrijfsleider (natuurlijk persoon), dan is zij steeds verplicht op 30% roerende voorheffing in te houden op het toegekende brutobedrag en doorstorten naar de Schatkist. De bedrijfsleider zal dus 70% van de bruto interest incasseren op de bankrekening.

Herkwalificatie van interest in dividend

Vennootschappen die interesten toekennen aan hun bedrijfsleiders moeten ook rekening houden met de mogelijke interestkwalificatie. Interesten kunnen namelijk in dividenden geherkwalificeerd worden in de mate dat één of twee grenzen overschreden worden: de marktrente en de hoogte van het rentegevend voorschot (art. 18, lid 1, 4° WIB 92). Een rekening courant credit waarvoor interesten worden uitbetaald is een rentegevend voorschot.

De wet voorziet een plafond. Indien het creditstand van de rekening-courant van de bedrijfsleider in zijn vennootschap te groot is in vergelijking met de toegelaten maximumgrens (zijnde de som van het gestort kapitaal aan het einde van het boekjaar en de belaste reserves aan het begin van het boekjaar), dan zal de interest op dat excedentaire gedeelte van de RC fiscaal geherkwalificeerd worden in uitgekeerd dividenden. Het gestorte kapitaal is daarbij steeds de minimumgrens waarmee de hoogte van de RC wordt vergeleken.

Voor de bedrijfsleider privé maakt die herkwalificatie géén verschil vermits zowel interesten als dividenden onderworpen zijn aan 30% roerende voorheffing. Maar voor de vennootschap heeft de herkwalificatie tot gevolg dat het bovenmatig deel van de interesten niet langer aftrekbaar zijn, ook al wordt de marktrente gerespecteerd. De herkwalificatie verhoogt dus de belastbare basis van de vennootschap.

Recent toegevoegde opleidingen

Schrijf je in voor onze btw club op locatie of via livestream!