Identificatietermijn van 2 jaar en 6 maanden

De aanslag geheime commissielonen moet achterwege blijven gevestigd wanneer het bedrag van de niet-verantwoorde kosten of voordelen van alle aard niet is opgenomen in een door de verkrijger ingediende aangifte op voorwaarde dat de verkrijger op ondubbelzinnige wijze werd geïdentificeerd binnen 2 jaar en 6 maanden volgend op 1 januari van het betreffend aanslagjaar (artikel 219, lid 7 WIB92).

geheime commissielonen

De gewone onderzoekstermijn en de gewone aanslagtermijn loopt in principe 3 jaar te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar (artikel 333, WIB 92). De identificatietermijn in het kader van de afzonderlijke aanslag geheime commissielonen, loopt slechts 2,5 jaar, en is eveneens te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar (in hoofde van de genieter) (artikel 219, lid 7, WIB 92).

De kortere identificatietermijn van 2,5 jaar uit artikel 219, lid 7 WIB 92 werd verklaard door het feit dat de administratie na de identificatie nog de gelegenheid moet hebben om over te gaan tot belastingheffing in hoofde van de genieter. De aanslagtermijn bedraagt immers, net zoals de onderzoekstermijn, in beginsel 3 jaar te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar.

Volgend probleem doet zich voor met deze regeling. Veronderstel dat de genieter van een niet op fiches gerapporteerd voordeel van alle aard niet binnen 2 jaar en 6 maanden ondubbelzinnig geïdentificeerd is. Dan dreigt dubbele belasting : toepassing van de bijzondere aanslag in hoofde van de vennootschap en de personenbelasting op het voordeel in hoofde van de genieter ervan.

Is die dubbele belasting niet strijdig met de gedachte dat de bijzondere aanslag slechts een vergoedend karakter heeft ? Het hof van beroep te Antwerpen vroeg via een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof om daarover uitspraak te doen (HvB. Antwerpen, 16 oktober 2018).

Discriminerend indien de verkrijger binnen de wettelijke termijn effectief werd belast!

Grondwettelijk Hof, Arrest nr. 125/2019 van 26 september 2019:
Artikel 219, zevende lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 schendt de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet in zoverre de niet-toepassing van de afzonderlijke aanslag wordt beperkt tot de gevallen waarbij de verkrijger van het voordeel van alle aard enkel binnen 2 jaar en 6 maanden ondubbelzinnig werd geïdentificeerd en niet geldt in de gevallen waarbij de verkrijger buiten die termijn op een ondubbelzinnige wijze werd geïdentificeerd, maar binnen de wettelijke aanslagtermijnen effectief werd belast.

De gevolgen voor de praktijk van deze uitspraak zijn van actueel belang.

Neem een vennootschap die in boekjaar 2016 (aanslagjaar 2017) gratis huisvesting op het adres van haar maatschappelijke zetel had toegekend aan haar bedrijfsleider zonder rapportering van deze voordelen op de fiscale fiche 281.20 op naam van de bedrijfsleider. De bedrijfsleider noteerde dat voordeel niet in zijn aangifte in de personenbelasting. Op 30 september 2019 controleerde de administratie deze vennootschap waarbij het gebrek werd ontdekt. De genieter van het niet-aangegeven voordeel wordt op datum van de controle weliswaar op een ondubbelzinnige wijze bekendgemaakt maar evenwel laattijdig vermits de identificatietermijn uit art. 219, lid 7 WIB 92 reeds was verstreken op 30 juni 2019. De controleur speelt de dubbele belasting uit als drukkingsmiddel met de stelling “ik ga de vennootschap een bijzondere aanslag geheime commissielonen aansmeren én ik ga de bedrijfsleider ook nog eens belasten in de personenbelasting op het genoten voordeel”.  

Op basis van de uitspraak van het Grondwettelijk Hof kan de administratie bij de vennootschap de bijzondere aanslag geheime commissielonen niet vestigen indien zij de bedrijfsleider effektief belast in de personenbelasting op het genoten voordeel. Want door de bedrijfsleider alsnog te belasten op het voordeel van alle aard leidt de overheid geen inkomstenverlies ingevolge het niet op fiche verantwoorde voordeel. Er mag dus niet gedreigd worden met een dubbele belasting.

Op deze manier behoudt de bijzondere aanslag geheime commissielonen haar vergoedend karakter. De aanslag compenseert het verlies voor de Schatkist wanneer door een gebrek aan fiches geen belasting mogelijk is in hoofde van de genieter van het voordeel.

Download hier het volledige arrest