Geconfronteerd met een dwangsom voor het jarenlange getalm om een einde te stellen aan de discriminatoire vaststelling van de belastbare grondslag voor in het buitenland (EER) gelegen onroerende goederen, is België er in 3 maanden tijd in geslaagd, met een nieuwe wettelijke regeling tegemoet te komen aan de eisen van het Europese Hof van Justitie.

Fiscus berekent kadastraal inkomen voor buitenlands vastgoed

Zowel de wet van 17 februari 2021 houdende wijziging van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het vlak van de in het buitenland gelegen onroerende goederen als een eerste commentaar erop in de vorm van FAQ (Circulaire 2021/C/20 van 1 maart 2021) zijn ondertussen gepubliceerd.

Meer nog, de nieuwe regeling is van toepassing voor alle in het buitenland gelegen onroerende goederen waarop een rijksinwoner of een aan de rechtspersonenbelasting een zakelijk recht heeft.

Belgisch kadastraal inkomen voor buitenlandse onroerende goederen

 Niet alle in het buitenland gelegen onroerende goederen zullen een Belgisch KI krijgen.
Dit KI wordt vastgesteld voor de buitenlandse onroerende goederen die toebehoren aan:

  • Rijksinwoners die onderworpen zijn aan de Personenbelasting (merk op dat de regeling niet van toepassing is op diplomaten die door art. 4 niet aan de PB onderworpen zijn)
  • Rechtspersonen onderworpen aan de rechtspersonenbelasting
  • Juridische constructies opgericht door voormelde natuurlijke of rechtspersonen
  • Niet-rijksinwoners die in de loop van het belastbaar tijdperk rijksinwoner zijn geworden
  • Rechtspersonen die verhuizen van de vennootschapsbelasting naar de rechtspersonenbelasting.

Op die wijze worden de inkomsten van de buitenlandse onroerende goederen op dezelfde wijze belast als de in België gelegen onroerende goederen.

Vereist is dat de belastingplichtige een zakelijk recht heeft op het in het buitenland gelegen onroerend goed.
In de wet wordt bepaald wat een zakelijk recht is: elk soort buitenlands recht op onroerende goederen dat door het feit dat zijn titularis er de vruchten van ontvangt, gelijkgesteld kan worden met het eigendomsrecht, het recht van erfpacht, het opstalrecht of het recht van vruchtgebruik. Ook de bezitter wordt geacht houder te zijn van een zakelijk recht.

Er zal dus alleen een KI worden vastgesteld als die gebruikt wordt om de belastbare grondslag te bepalen.

Aangifteverplichting

Opdat de Administratie een KI kan vaststellen voor die buitenlandse onroerende goederen, moet ze natuurlijk kennis hebben van het feit dat de belastingplichtigen een zakelijk recht hebben op die goederen. Daarom wordt een aangifteverplichting opgelegd aan de belastingplichtige die zo’n goed verwerven of vervreemden en waaraan een Belgisch KI moet worden toegekend.

Regel

Belastingplichtigen moeten spontaan aangifte doen binnen de 4 maanden na de verwerving of vervreemding.

Belastingplichtigen die houder zijn van een zakelijk recht op 31 december 2020

Wie op die datum al ‘eigenaar’ was, krijgt voor zijn aangifte tijd tot 31 december 2021.
Wie in een vorig aanslagjaar (2020 of 2021) buitenlandse onroerende inkomsten aangaf, zal door de administratie worden uitgenodigd om alle gegevens mede te delen om het KI vast te stellen.

Verwerving zakelijk recht tussen 31 december 2020 en 25 februari 2021

(datum publicatie in Belgisch Staatsblad)

De aangiftetermijn wordt verlengd tot het einde van de vierde kalendermaand die volgt op de maand waarin de wet in het BS wordt bekendgemaakt: dus tot 30 juni 2021.

Statuswijziging

Daarmee bedoelt men dat de houder van het zakelijk recht aan een andere belasting wordt onderworpen in de loop van het belastbaar tijdperk (hij verhuist van de BNI naar de PB of RPB of van de VenB naar de RPB).
Aangifte moet binnen de 30 dagen volgend op de eerste dag van het belastbare tijdperk waarin de wijziging uitwerking heeft.
Als die eerste dag valt in de periode van 01.01.2021 -25.02.2021: wordt termijn verlengd tot dertigste dag na dag van bekendmaking in BS: dus in principe tot 27 maart 2021 (maar omdat dat zaterdag is tot 29 maart 2021)

Aangifte van andere gebeurtenissen

Ook deze verplichting is gelijkaardig als voor de in België gelegen onroerende goederen.
Binnen 30 dagen volgend op de volgende gebeurtenissen moet de houder van een zakelijk recht (eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker) van in het buitenland gelegen onroerende goederen spontaan aangifte doen bij:

  • De ingebruikneming of verhuring (indien die de eerste ingebruikneming voorafgaat) van nieuw opgerichte of heropgebouwde onroerende goederen
  • De voltooiing van de werken aan gewijzigde gebouwde onroerende goederen
  • De verandering in de wijze van exploitatie, de omvorming of verbetering van de onroerende goederen
  • De ingebruik- of buitengebruikstelling of de wijziging van materieel of outillage.

Liep de termijn al vóór 25.02.2021: wordt deze verlengd tot 27 maart 2021 (in de praktijk tot 29.03.2021).

Wat moet aangegeven worden?

Volgens de FAQ moet het volgende medegedeeld worden:

  • Korte beschrijving van het goed
  • De ligging (land + adres of andere)
  • De normale verkoopwaarde voor gebouwde goederen of de oppervlakte voor gronden. Als de normale verkoopwaarde niet gekend is, moet de belastingplichtige de prijs en het jaar van verwerving opgeven en de kosten van werken die na de verwerving zijn uitgevoerd en het jaar waarin de werken zijn voltooid.

Als de verstrekte info tegenstrijdig is met de info die de administratie heeft, kan bijkomende info worden gevraagd.

Boete bij het niet nakomen van de aangifteverplichtingen

Die boete bedraagt minstens 250 euro tot maximaal 3.000 euro (de schalen worden bij koninklijk besluit vastgesteld).
Deze boete geldt ook wanneer de aangifte niet gebeurt voor de in België gelegen onroerende goederen en werd dus aanzienlijk opgetrokken (vroeger 50 tot 1.250 euro).

Vaststelling van het KI

Het KI zal voor de buitenlandse onroerende goederen volgens dezelfde regels worden vastgesteld als voor in België gelegen onroerende goederen.

In principe wordt uitgegaan van de normale nettohuurwaarden op 1 januari 1975 (referentietijdstip) van het gebouw of van een referentieperceel.

Het KI wordt berekend door het tarief van 5,3% toe te passen op de normale verkoopwaarde op het referentietijdstip (1.1.1975).

Als er geen referentie voorhanden is, wordt uitgegaan van de actuele normale verkoopwaarde en daarop wordt een correctiefactor toegepast. Die correctiefactor wordt jaarlijks vastgesteld door de FOD Financiën.

De circulaire bevat een tabel met de correctiefactoren van 1975 tot en met 2020.
Voor het jaar 2021 werd de correctiefactor gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8 maart 2021 en werd hij vastgesteld op 15,018.

De circulaire bevat voorbeelden hoe het KI zal worden vastgesteld. Daarnaast worden ook voorbeelden gegeven over de vaststelling van het belastbaar onroerend inkomen voor de aangifte in 2022 (inkomstenjaar 2021).

Seminaries vennootschapsbelasting

Seminaries personenbelasting

Op de hoogte blijven van onze seminaries?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief