Kadastraal inkomen voor in het buitenland gelegen onroerende goederen

Fiscus berekent kadastraal inkomen voor buitenlands vastgoed

Doel

Het wetsontwerp 55K1762 dat voorziet dat de fiscus een kadastraal inkomen voor in het buitenland gelegen onroerende goederen zal toekennen is recent gepubliceerd. Met de aanpassing komt België tegemoet aan de eerdere veroordelingen door het Europese Hof van Justitie van de wijze waarop België buitenlandse onroerende goederen belast.

In november 2020 werd ons land nog veroordeeld tot het betalen van een forfaitaire boete van 2 miljoen euro en een dwangsom van 7.500 euro per dag, vanaf haar veroordeling tot wanneer ons land zijn verplichtingen nakomt (tot er nieuwe regelgeving ter zake in werking is getreden) en er een einde wordt gesteld aan de vastgestelde discriminatie.

Wat is de huidige situatie?

Buitenlandse onroerende goederen werden belast op de werkelijke huurwaarde terwijl het Belgisch vastgoed, in principe, belast wordt op basis van het kadastraal inkomen. Dat is een fictief inkomen dat overeenstemt met de huurwaarde in 1975 en dus per definitie lager.

Wat verandert er?

Er wordt geen onderscheid meer gemaakt in de vaststelling van de belastbare grondslag voor buitenlandse onroerende goederen. Ook buitenlandse onroerende goederen krijgen voortaan een kadastraal inkomen.

De wijze waarop het belastbaar onroerend inkomen voor buitenlandse onroerende goederen wordt vastgesteld, verandert dus.

Hoe wordt dat kadastraal inkomen vastgesteld?

Men vertrekt van de actuele verkoopwaarde en past daarop een correctiefactor toe. Dat resultaat vermenigvuldigt men met 5,3% (dat is een constante waarde, dat de verhouding weergeeft tussen de verkoopwaarde en de huurwaarde).

De correctiefactor verschilt naargelang het jaar waarin men de aankoop heeft gedaan.

De correctiefactor wordt jaarlijks vastgesteld door de FOD Financiën.  

De belastingplichtige moet zelf aangifte doen van het feit dat ze een buitenlands onroerend goed hebben verworven en hij deelt ook de verkoopwaarde mee aan de fiscus. Het is de fiscus die dan het KI berekent op basis van de medegedeelde gegevens.

Aangifteverplichting van de belastingplichtige

Wie een buitenlands OG koopt of verwerft moet daar binnen de 4 maanden melden aan de administratie.

Wie reeds in het bezit is van een OG in het buitenland, wordt uitgenodigd door de fiscus om de gegevens mede te delen.

Om de medewerking van de burger te verzekeren worden administratieve boetes opgelegd.

Belang

Buitenlands KI is van belang voor de bepaling van de in België verschuldigde belasting met progressievoorbehoud, want het buitenlands onroerend goed wordt in principe belast in het land waar het gelegen is, krachtens een dubbelbelastingverdrag. Het uiteindelijke voordeel zal dus niet zo hoog zijn.

Gevolgen

Bij de berekening van het belastbaar inkomen van in het buitenland gelegen (gebouwde en ongebouwde) onroerende goederen zal het KI dus de basis zijn.

  • wanneer bij verhuurde buitenlandse gebouwde onroerende goederen, die belastbaar zijn op de werkelijke huurprijs en huurvoordelen, een kostenforfait van 40% wordt in aftrek gebracht, wordt dit voortaan ook beperkt in functie van de hoogte van KI.
  • er geldt ook een minimum belastbaar inkomen op basis van het KI wanneer dergelijke goederen belastbaar zijn op de huur en huurvoordelen
  • de huurherkwalificatie kan ook van toepassing zijn op de bedrijfsleider die huur ontvangt van zijn vennootschap voor dergelijke onroerende goederen
  • proportionele vermindering van het KI kan ook hier gelden

Als de huur wordt geherkwalificeerd in een bedrijfsleidersbezoldiging, wordt de heffingsbevoegdheid over die bezoldiging toegewezen aan de Staat waar het onroerend goed gelegen is.

Bij de vaststelling van het belastbaar onroerend inkomen zullen de binnenlandse en buitenlandse belastingen niet meer kunnen worden afgetrokken. Het KI stemt overeen met het gemiddelde jaarlijks netto-inkomen.

Een kostenaftrek kan ook niet meer want bij de vaststelling van het KI is al rekening gehouden met een kostenforfait van 10% (ongebouwde) of 40% (gebouwde).

Op wie is deze nieuwe regeling van toepassing?

Op de rijksinwoners met onroerende goederen in het buitenland.

Op niet-inwoners die in de loop van het jaar rijksinwoner worden en onroerende goederen hebben in het buitenland.

Op rechtspersonen onderworpen aan de rechtspersonenbelasting.

Vermogenskadaster (nog) een stapje dichterbij?

Hoewel de invoering van deze regeling een vermogenskadaster niet de doelstelling is van deze nieuwe wetgeving verkrijgt de fiscus ook een helder zicht op de waarde van het buitenlands onroerend vermogen van de Begische rijksinwoners.

In een recente parlementaire vraag van Wouter Vermeersch (Prl. Vr. nr. 55000151 van 10.06.2020, Integraal Verslag, Commissie voor Financiën en Begroting, CRIV 55 COM 201) bevestigde de minister van Financiën dat er in het algemeen geen internationale belangstelling is om vastgoedinformatie uit te wisselen en dat de fiscus dus meestal niet over deze informatie beschikt.

Door de verplichting op te leggen aan alle rijksinwoners om de verkoopwaarde van het onroerend goed mee te delen komt hier verandering in. De fiscus krijgt een helder zicht op zowel de huurwaarde als de verkoopwaarde van het buitenands vastgoedpatrimonium in handen van Belgische rijksinwoners.

Zo verdwijnt - als gevolg van een Europese veroordeling - ook een blinde vlek op de radar van de fiscus.

Wanneer treedt de regeling in werking?

De wet heeft uitwerking vanaf 1 januari 2021.

In de PB is de nieuwe regeling van toepassing vanaf aanslagjaar 2021.

Dit geldt ook voor RPB.

De wijzigingen m.b.t. het KI treden retroactief in werking vanaf 1 januari 2021: zo kan men voor het volledige jaar over een KI beschikken.

Seminaries personenbelasting

Seminaries vennootschapsbelasting

Op de hoogte blijven van onze seminaries?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief