Verhuurders die voor de maanden maart, april en/of mei 2021 de huur kwijtschelden aan huurders die hun zaak verplicht moesten sluiten wegens de coronamaatregelen, maken aanspraak op een federale belastingvermindering van 30 % voor de kwijtgescholden huur.

In de vennootschapsbelasting wordt het voordeel toegekend onder de vorm van een niet-terugbetaalbaar belastingkrediet.

De kwijtschelding moet vastgelegd zijn in een schriftelijke overeenkomst die is afgesloten tussen de huurder en de verhuurder. De Fod Financiën heeft daartoe een modelovereenkomst opgesteld (zie modelovereenkomst-kwijtschelding huur) die uiterlijk op 15 juli 2021 aan de FOD Financiën moet bezorgd worden.

Belastingvermindering bij kwijtschelding huur - modelovereenkomst

Voorwaarden m.b.t. de huurder

  1. De huurder is voor de periode waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden een zelfstandige die
    • ofwel zelfstandig een beroepsactiviteit in hoofdberoep uitoefent
    • ofwel als een kleine vennootschap (volgens artikel 1:24, §§ 1- WVV), of een kleine vereniging (volgens art. 1:28, §§ 1 tot 5 WVV) kan worden aangemerkt.
  2. De huurder is voor de periode waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden volgens de Kruispuntbank voor ondernemingen actief als onderneming op het adres van het gehuurde onroerend goed;
  3. De huurder heeft de vestigingseenheid van zijn onderneming op het adres van het gehuurde onroerend goed geheel of gedeeltelijk verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen die vanaf 12 maart 2020 zijn genomen door de federale overheid in het kader van de COVID19-pandemie.
  4. De huurder had voor de betrokken huurovereenkomst geen huurachterstallen op 12 maart 2020;
  5. De huurder kan op het moment van de kwijtschelding van de huurprijs en de huurvoordelen niet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden (volgens art. 2, § 1, 4°/2, WIB 1992).

Voorwaarden inzake de verhouding tussen huurder en verhuurder

De huurder en de verhuurder mogen geen gelieerde partijen zijn.
In het geval dat de verhuurder en de huurder beiden natuurlijke personen zijn, houdt dit in dat de huurder

  • geen echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de verhuurder is
  • geen andere persoon is die deel uitmaakt van het gezin van de verhuurder
  • geen kind, ascendent of zijverwant van de tweede graad is van:
    • de verhuurder
    • de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de verhuurder
    • een andere persoon die deel uitmaakt van het gezin van de verhuurder

In het geval dat de verhuurder een natuurlijk persoon is en de huurder een vennootschap is,  mag de verhuurder, zijn echtgenoot, zijn wettelijk samenwonende partner of een andere persoon die deel uitmaakt van zijn gezin, geen (rechtstreeks of onrechtstreeks een in artikel 32, eerste lid, WIB92, bedoelde) bedrijfsleider zijn in de betrokken vennootschap, ook niet als vaste vertegenwoordiger van een andere vennootschap of via een managementvennootschap.

Hetzelfde geldt voor de kinderen, ascendenten en broers en zussen van de verhuurder, van zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner of van een ander persoon die deel uitmaakt van zijn gezin. Diezelfde personen mogen samen ook geen aandelen bezitten die meer dan 30 pct. van het kapitaal (in de zin van  artikel 2, § 1, 6°, a, WIB 92) van de vennootschap vertegenwoordigen.

In het geval dat de verhuurder en de huurder beiden vennootschappen zijn, mag de huurder geen verbonden vennootschap zijn als bedoeld in artikel 1:20 WVV.

In het geval dat de verhuurder een vennootschap is en de huurder een natuurlijk persoon, mag de huurder, zijn echtgenoot, zijn wettelijk samenwonende partner of een andere persoon die deel uitmaakt van zijn gezin, geen (rechtstreeks of onrechtstreeks een in artikel 32, eerste lid, WIB92, bedoelde) bedrijfsleider zijn in de betrokken vennootschap, ook niet als vaste vertegenwoordiger van een andere vennootschap of via een managementvennootschap.

Hetzelfde geldt voor de kinderen, ascendenten en broers en zussen van de huurder, van zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner of van een ander persoon die deel uitmaakt van zijn gezin. Diezelfde personen mogen samen ook geen aandelen bezitten die meer dan 30 pct. van het kapitaal (in de zin van  artikel 2, § 1, 6°, a, WIB 92) van de vennootschap vertegenwoordigen.

Overige voorwaarden

De verhuurder moet de huurgelden definitief en vrijwillig kwijtschelden.

De kwijtschelding moet vastgelegd zijn in een schriftelijke overeenkomst die is afgesloten tussen de huurder en de verhuurder.

Wat moet u als verhuurder ondernemen?

Stel een schriftelijke overeenkomst voor de kwijtschelding van de huur op. Maak daarvoor gebruik van de modelovereenkomst die de Fod Financiën heeft opgesteld (modelovereenkomst kwijtschelding huur).

Op die manier kunt u eenvoudig nagaan of aan de voorwaarden voor de belastingvermindering voldaan is. Het gebruik van de modelovereenkomst is facultatief, maar wordt aangeraden omdat de modelovereenkomst alle noodzakelijke informatie bevat.

U kan met uw huurder ook zelf een overeenkomst opstellen, maar weet dat als er onvoldoende informatie instaat uw aanvraag voor een belastingvermindering mogelijks niet verwerkt kan worden.
Vul de (model)overeenkomst in en onderteken ze, samen met de huurder.

Bezorg de schriftelijke overeenkomst uiterlijk op 15 juli 2021 aan de FOD Financiën. Dat kan zowel elektronisch als per gewone post, naar het adres dat op het formulier vermeld wordt. Hou een kopie van de ingevulde en ondertekende overeenkomst bij voor uw eigen administratie.

Als aan de voorwaarden voldaan is, kan u de belastingvermindering voor het betreffende aanslagjaar aanvragen in uw aangifte.

Bedrag dat voor de belastingvermindering in aanmerking kan worden genomen

De belastingvermindering wordt verleend voor het bedrag van de kwijtgescholden huurprijs en huurvoordelen voor de maanden maart, april en/of mei 2021 met betrekking tot het voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewende gedeelte van het verhuurde pand (in de hypothese dat aan alle voorwaarden is voldaan).

Het voor de belastingvermindering in aanmerking te nemen bedrag kan echter niet meer bedragen dan 5 000,00 EUR per maand per huurovereenkomst, noch meer bedragen dan 45 000,00 EUR per belastingplichtige-verhuurder over alle huurovereenkomsten heen.

Het maximumbedrag van 5 000,00 EUR per maand in aanmerking te nemen kwijtgescholden huurprijs en huurvoordelen is een bedrag dat geldt per huurovereenkomst. Indien er meerdere verhuurders (meerdere eigenaars, vruchtgebruikers, erfpachters, opstalhouders, …) zijn, moet dat maximumbedrag van 5 000,00 EUR omgedeeld worden over die verhuurders in functie van hun aandeel in de huur.

De belastingvermindering wordt verleend voor het belastbare tijdperk waartoe de periode behoort waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden.

Als aan de voorwaarden voldaan is, kan u de belastingvermindering voor het betreffende aanslagjaar aanvragen in uw aangifte.

Seminaries vennootschapsbelasting

Seminaries personenbelasting

Op de hoogte blijven van onze seminaries?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief