De belastingaangifte voor aanslagjaar 2026 is op 23 maart 2026 (tweede editie) verschenen in het Belgisch Staatsblad.

Het model ‘Voorbereiding van de aangifte’ inzake personenbelasting aanslagjaar 2026 (= de kladversie van de aangifte, het voorbereidingsformulier) bestaat traditioneel uit twee onderdelen (een deel 1 en voor sommigen ook een deel 2) en is eigenlijk de kladversie van de aangifte.

Bij een gemeenschappelijk belast koppel moeten, net zoals vorig jaar, de gegevens van de oudste echtgenoot/wettelijk samenwonende partner in de linkerkolom worden ingevuld en die van de jongste in de rechterkolom.

Net zoals vorig jaar, heeft de administratie voor aanslagjaar 2026, voor elk gewest zijn eigen versie van Deel 1 van de ‘Voorbereiding van de aangifte’ voorzien. De belastingplichtige vult de versie in van het gewest waar hij op 01.01.2026 zijn fiscaal domicilie heeft. Inhoudelijk verschillen de drie versies enkel van mekaar in het vak IX.I. (leningen en verzekeringen m.b.t. de eigen woning), X.I. (belastingverminderingen gewestelijk) en XI (uitgaven m.b.t. gewestelijke belastingkredieten) door het verschil in wetgeving in de materies waarvoor de gewesten bevoegd zijn. In deel 2 van de ‘Voorbereiding van de aangifte’ komen geen gewestelijke specifieke maatregelen voor zodat er maar 1 versie van is.

U kunt de nieuwe belastingaangifte aanslagjaar 2026 hier downloaden:

Hierna wordt ingegaan op de formele wijzigingen van het voorbereidend document.

Aangifte personenbelasting aj 2026

Deel 1 van de aangifte personenbelasting 2026

aangifte personenbelasting - deel 1 - inleiding - AJ 2026

aangifte personenbelasting - deel 1 - kolominstructies

Vak II - Persoonlijke gegevens en gezinslasten 


Vermelding aanslagjaar 2025:

codes 1029, 1043 en 1044 geschrapt vanaf AJ 2026

Vermelding aanslagjaar 2026:

enkel code 1027 vanaf AJ 2026


De rubriek 4 is afgeslankt, omdat de overgangsregeling voor ‘ascendent/broer/zus 65-plusser ten laste’ ten einde is gekomen.

De belastingvrije som wordt verhoogd met een bijzondere toeslag voor wie een ascendent of zijverwant tot en met de tweede graad die een bepaalde leeftijd (65 jaar op 01.01.aj) heeft bereikt, fiscaal ten laste heeft (art. 132, al. 1, 7° WIB 1992). Die bijzondere toeslag is hoger dan de toeslag voor ‘andere persoon ten laste’. Ingeval die persoon fiscaal gehandicapt is, wordt die bijzondere toeslag zelfs verdubbeld. Dit is de ‘oude regeling’.

Vanaf aanslagjaar 2022 werd die regeling aangepast: het bedrag van deze bijzondere toeslag wordt verhoogd, maar ook verstrengd door de bijkomende vereiste dat zo’n naast familielid ‘zorgbehoevend’ moet zijn, d.w.z. dat zijn graad van zelfredzaamheid ten minste 9 punten moet zijn conform het MB van 30 juli 1987. Tevens gold in de nieuwe regeling dat er geen verdubbeling meer is van die verhoogde bijzondere toeslag als die persoon ook nog eens fiscaal zwaar gehandicapt is.

Om de gevolgen van deze wijziging te verzachten, werd een overgangsregeling ingevoerd. Voor een ascendent of zijverwant die voor het aanslagjaar 2021 recht gaf op die bijzondere toeslag, mocht de oude regeling (met het ‘oude’ al dan niet voor fiscale handicap verdubbelde bedrag) voor de aanslagjaren 2022 tot 2025 verder nog toegepast worden als die oude regeling voordeliger is dan die nieuwe regeling. Die overgangsregeling liep t.e.m. aanslagjaar 2025 (inkomstenjaar 2024).

Vanaf het aanslagjaar 2026 zijn er dus nog 3 grote categorieën van personen ten laste:

  1. Kinderen ten laste

    Deze categorie is niet geïmpacteerd door het aflopen van die overgangsregeling.

  2. Zorgbehoevende ascendent/zijverwant t.e.m. de tweede graad 65 66-plusser:

    De nieuwe regeling die hiervoor werd ingevoerd vanaf het aanslagjaar 2022 loopt hiervoor ongewijzigd verder. Alleen werd – omwille van de gefaseerde optrekking van de pensioenleeftijd – de minimale leeftijd van deze groep verhoogd naar 66 jaar (vanaf 2025). Die toeslag van de belastingvrije som bedraagt 5.950,00 EUR, ongeacht of die zorgbehoevende fiscaal gehandicapt is of niet.

  3. Andere personen ten laste:

    Al wie niet aan de definitie van de zorgbehoevende ascendent/zijverwant 66-plusser voldoet, kan eventueel wel nog als ‘andere persoon ten laste’ worden genomen en recht geven op de algemene (lagere) toeslag van 1.980,00 EUR. Indien de betrokken persoon kan worden aangemerkt als een “andere persoon met een handicap volgens de fiscale definitie”, wordt het bedrag van die toeslag verdubbeld.

    Maar voor die categorie van ‘andere personen ten laste’ is wel vereist dat die persoon in kwestie niet te veel eigen bestaansmiddelen heeft, waarbij de vrijstelling van een bepaalde schijf voor pensioenen en renten niet van toepassing is (in tegenstelling tot de categorie van zorgbehoevende ascendent/zijverwant 66-plusser).

    Het is dus best mogelijk dat een sinds 2021 inwonende niet-zorgbehoevende ascendent of broer/zus geen fiscaal voordeel meer oplevert vanaf aanslagjaar 2026 door het einde van de overgangsregeling en het hebben van te veel bestaansmiddelen om als andere persoon ten laste aangemerkt te worden.

Het nieuwe aangifteformulier aanslagjaar 2026 is aan bovenstaande wijzigingen aangepast.

Vak IV - Wedden, lonen, werkloosheidsuitkeringen, wettelijke uitkeringen bij ziekte of invaliditeit, vervangingskomsten en werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag 

Rubriek A, 13 - Voor vrijstelling in aanmerking komende bezoldigingen voor vrijwillige overuren


Vermelding aanslagjaar 2025:

vrijwillige overuren Vak IV - AJ 2025

Vermelding aanslagjaar 2026:

vrijwillige overuren Vak IV - AJ 2026


In rubriek A.13 is een nieuwe subrubriek a) ingevoegd voor de toepassing van de vrijstelling van de bezoldigingen betaald of toegekend in 2025 zonder overwerktoeslag voor 120 bijkomende vrijwillige overuren gepresteerd in 2025 bij werkgevers in het kader van de relance (de zgn. 'relance-uren'). De bezoldigingen i.v.m. deze 'relance-uren' zijn vrijgesteld van inkomstenbelastingen, mits ze uiterlijk 31 december 2027 worden betaald of toegekend, en mits zij niet meer bedragen dan de bezoldigingen die verschuldigd zouden zijn als het niet om overuren zou gaan. Die in principe vrijgestelde bezoldigingen moet u opnemen in de code 1306-52/2306-22. Ook het aantal in 2025 gepresteerde en in 2025 betaalde overuren die daarmee verband houden, moet in die rubriek 13.a) worden vermeld. De codes 1306-52/2306-22 en 1307-51/2307-21 kan u invullen aan de hand van de codes 306 en 307 van de fiche 281.10. Dezelfde gegevens worden gevraagd bij bedrijfsleiders (7.a. van vak XVI).

De bepaling van de overschrijding van de 120 vrijwillige overuren (door tewerkstelling bij meerdere werkgevers) en de opname in de belastbare basis zal bij de berekening van de verschuldigde belasting geautomatiseerd gebeuren op basis van de gegevens in de aangifte van de belastingplichtige.

Het vrijstellingsregime voor bepaalde overuren gepresteerd tussen 01.07.2023 en 31.12.2023, en in 2024, zonder overwerktoeslag, laat ook nog zijn sporen na in de aangifte van aj. 2026. De nog niet benutte vrijstelling voor overuren zonder overwerktoeslag gepresteerd tussen 01.07.2023 en 31.12.2023, en in 2024 die pas betaald zijn in 2025, wordt overgedragen naar de nieuwe aangifte en kan nog worden gevraagd in de rubrieken 13.c en b van vak IV of 7.c en b van vak XVI.

De codes 1368-87/2368-57 en 1369-86/2369-56 en 1381-74/2381-44 en 1382-73/2382-43 , kan u invullen aan de hand van respectievelijk de codes 368 en 369, en de codes 381 en 382 van de fiche 281.10.

De berekening van de ‘overdracht’ van het resterende contingent van 2023 en contingent van 2024 gebeurt door de administratie aan de hand van de koppeling met de aangiftes PB van aanslagjaar 2024 en aanslagjaar 2025 bij de opmaak van het aanslagbiljet van aj. 2026.

Vermits de vrijstelling inzake overuren zonder overwerktoeslag beperkt is tot de bezoldigingen die uiterlijk op het einde van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarin de overuren zijn gepresteerd, worden uitbetaald, is er geen overdracht meer van resterend contingent van 2022 mogelijk. Dit verklaart waarom de codes 1378-77/2378-47 en 1379-76/2379-46 (m.b.t. overuren van 2022) geschrapt zijn in de aangifte van aanslagjaar 2026.

Voor vrijstelling in aanmerking komende koopkrachtpremie komt niet meer voor


Vermelding aanslagjaar 2025:

codes 1389 en 2389 gescharpt vanaf AJ 2026

De subrubriek A.14 maakt geen melding meer van ‘voor vrijstelling in aanmerking komende koopkrachtpremie’. Deze premie van maximaal 750 EUR kon immers niet meer uitgereikt worden in 2025. Gevolg is dat andere volgende subrubrieken één plaats naar voren schuiven.

Geen melding meer te doen als afstand (enkel) tussen uw woonplaats en uw plaats van tewerkstelling ten minste 75 km bedraagt


Vermelding aanslagjaar 2025:

codes 1256 en 2256 gescharpt vanaf AJ 2026


De subrubriek A.19 maakt geen melding meer van een in te vullen afstand woon-werkverkeer als die ten minste 75 km bedraagt. De Wet houdende diverse bepalingen van 18.12.2025 (BS 30.12.2025) schafte immers vanaf aanslagjaar 2026 de verhoogde kostenforfait voor verre verplaatsingen af.