Wanneer u in uw aangifte personenbelasting ‘kinderen ten laste’ aangeeft die dat niet meer zijn, dan riskeert u een fiscale controle. Hoe berekent u precies of uw kinderen nog fiscaal ten laste zijn?

Wat is het fiscaal voordeel?

Een kind ten laste zorgt ervoor dat uw belastingvrije som wordt verhoogd waardoor u minder personenbelastingen betaalt. Zo geniet iemand met twee kinderen ten laste tijdens inkomstenjaar 2020 een extra belastingvrije som van € 4.210 in de belastingberekening (art. 132 WIB 92).

Onder welke voorwaarden is uw kind fiscaal ten laste?

Drie voorwaarden moeten cumulatief vervuld zijn.

Voorwaarde 1. Uw kind moet deel uitmaken van uw gezin op 1 januari van het aanslagjaar

Het is dus enkel de toestand op 1 januari 2021 die relevant is voor aanslagjaar 2021. Heeft bv. uw kind bijna heel het jaar 2020 bij u gewoond, maar is hij of zij eind december 2020 alleen gaan wonen, dan is uw kind niet meer ten laste voor inkomstenjaar 2020. 

Voorwaarde 2. Uw kind mag niet teveel zgn. nettobestaansmiddelen genoten hebben

De wet stelt dat uw kind tijdens het inkomstenjaar 2020 niet méér dan € 3.380 aan nettobestaansmiddelen gehad mag hebben. Voor kinderen (met een handicap) ten laste van een alleenstaande, zijn die bedragen hoger (art. 141 WIB 92) .

Nettobestaansmiddelen zijn in principe alle inkomsten van uw kind. Dat zijn dus niet alleen zijn of haar beroepsinkomsten (bv. uit een studentenjob), maar ook de roerende en onroerende inkomsten (tenminste vanaf dat uw kind 18 jaar is) en eventuele onderhoudsuitkeringen (art. 136, 140 en 141 WIB 92) .

Vermits de wet spreekt over ‘nettobestaansmiddelen’, mag u van de brutobedragen kosten aftrekken die werden gemaakt om die inkomsten te verkrijgen. Forfaitair worden die kosten geraamd op 20% van het brutobedrag. Kan uw kind werkelijke kosten bewijzen die hoger zijn dan het 20% kostenforfait, dan mogen die werkelijke kosten afgetrokken worden van de bruto inkomsten (art. 142 WIB 92) .

Sommige inkomsten zijn vrijgesteld. Ook daarmee moet u nog rekening houden. Immers, zowel de inkomsten uit een studentenjob als door uw kind ontvangen onderhoudsuitkeringen worden tot een bepaald plafond niet meegeteld als nettobestaansmiddelen (art. 143 WIB 92). Voor een studentenjob bedraagt het vrijgestelde plafond 2.820 EUR voor inkomstenjaar 2020. Voor de onderhoudsuitkeringen wordt maximum 3.380 EUR voor inkomstenjaar 2020 niet meegeteld.

Voorwaarde 3. Uw kind mag geen bezoldiging ontvangen vanuit uw eenmanszaak

Werkt u via een eenmanszaak, dan kunt u het aan uw kind uitbetaalde loon wel als beroepskosten aftrekken, maar uw kind is dan fiscaal niet meer ten laste (art. 145 WIB 92) . Werkt u via een vennootschapsvorm dan kunt u wel een bezoldiging geven aan uw kind zonder het voordeel van de kinderlast te verliezen.

Gerelateerd artikel:

Fiscaal co-ouderschap nu ook voor meerderjarige kinderen

Ontdek onze clubs!

Op de hoogte blijven van onze seminaries?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief