In zijn huidige stand maakt artikel 18 van het KB/WIB 1992 een onderscheid bij de waardering van de gratis ter beschikking gestelde onroerende goederen naargelang de verstrekker van het voordeel een natuurlijk persoon dan wel een rechtspersoon is.

Stelt een natuurlijk persoon een woning gratis terbeschikkingstelling dan is het voordeel beperkt tot het geïndexeerd KI × 100/60.

Maar in geval van terbeschikkingstelling door een rechtspersoon gelden volgens het huidige KB/WIB 92 de volgende berekeningswijzen:

  • Geïndexeerd KI × 100/60 × 1,25 indien niet-geïndexeerde KI ≤ 745 EUR
  • Geïndexeerd KI × 100/60 × 3,8 indien niet-geïndexeerde KI > 745 EUR

Minister verlaagt voordeel gratis woning!

In de rechtspraak werd meermaals geoordeeld dat dit onderscheid in strijd is met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel ( HvB Gent 25 mei 2016, HvB Antwerpen 24 januari 2017, HvB Gent 20 februari 2018, Rb. Brugge 18 december 2017, Rb. Antwerpen 16 februari 2018 en Rb. Antwerpen 2 maart 2018). Zie ook: rechters verlagen VAA woning.

Als reactie op deze rechtspraak, stelt de Minister van Financiën, de heer Johan Van Overtveldt, expliciet dat “het verschil in waardering van het voordeel bewoning naargelang het gaat om een terbeschikkingstelling door een rechtspersoon dan wel door een natuurlijke persoon, niet kan worden gehandhaafd. In alle gevallen dient het voordeel bewoning vastgesteld te worden overeenkomstig de forfaitaire waardering die geldt voor een terbeschikkingstelling door een natuurlijk persoon.

Als gevolg van de aangehaalde jurisprudentie en in afwachting van een aangepaste regelgeving kan het voordeel van alle aard bij de terbeschikkingstelling van een woning op dit moment in alle gevallen alleen maar worden berekend op basis van 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen.

Om evenwel een einde te maken aan de schending van het gelijkheidsbeginsel, zoals dat thans is voorzien in artikel 18 van WIB92, zal er, zodra de administratie klaar is met het volledige juridische en budgettaire onderzoek, een concreet voorstel tot definitieve oplossing bij de regering worden ingediend. “

Let op!
Het is mogelijk dat de vennootschap voor het inkomstenjaar 2017 een minimumbezoldiging van 36 000,00 EUR heeft toegekend aan minstens 1 bedrijfsleider met een voordeel van alle aard bewoning waarbij ze rekening heeft gehouden met de verhoogde factor 1,25 of 3,8.

Door het voordeel te verlagen naar een bedrag gelijk aan het geïndexeerd KI × 100/60 komt mogelijks het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting in het gedrang wegens niet langer voldaan aan de minimumbezoldigingsregel.

Dit probleem kan mogelijks opgelost worden door bij de resultaatverdeling van het boekjaar 2017 alsnog een tantième toe te kennen aan die bedrijfsleider.

Bron: antwoord van de Minister van Financiën, Johan Van Overtveldt, op een parlementaire vraag nr. 25058 van Peter Vanvelthoven (SPA) van 25 april 2018 (CRIV 54 COM 878 p. 38).

Meer informatie verneemt u op ons dagseminarie Aangifte personenbelasting en vennootschapsbelasting AJ 2018 met Sophie Hugelier en Wim Van Kerchove