Uiterlijk 22 december 2017 moet niet alleen maandaangevers, maar ook kwartaalaangevers een zgn. decembervoorschot betalen.  Er zijn twee methodes mogelijk om dat voorschot te berekenen. Kijk goed uit in welk geval u rooster 91 van de btw-aangifte al dan niet moet invullen.

Remember: pay the fiscus in december!

Bekijk ook het blogbericht: Voorafbetalingen: 20 december 2017

Wie moet voortaan een decembervoorschot betalen?

Maandaangevers moesten sowieso al elk jaar een decembervoorschot betalen. Ook dit jaar dienen btw-maandaangevers eenmalig in december een voorschot te betalen op in principe de verschuldigde btw van de maand december (KB nr. 1, art. 19, §2) .

Maandaangevers rekenen maandelijks af met de btw-administratie. Het decembervoorschot dat ze verplicht zijn te betalen, heeft enkel en alleen betrekking op de btw van de maand december zelf. Die verschuldigde btw van november moeten ze sowieso uiterlijk 20 december betaald hebben.

Kwartaalaangevers moeten net zoals maandaangevers geen maandelijkse voorschotten meer betalen, maar zijn zoals maandaangevers verplicht om eenmalig in december een decembervoorschot te betalen (KB nr. 1, art. 19, §1) .

De laatste periode waarover kwartaalaangevers thans btw afgerekend hebben, is het derde kwartaal van 2017. Het decembervoorschot dat ze nu verschuldigd zijn, heeft betrekking op de btw van het vierde kwartaal 2017.

Wanneer moet dat decembervoorschot betaald zijn?

Het decembervoorschot moet in principe uiterlijk 24 december betaald zijn. Dat geldt zowel voor maandaangevers als voor kwartaalaangevers. Omdat kerstavond in het weekend valt moet het decembervoorschot op de voorafgaande werkdag betaald worden. Concreet moet het dit jaar dus uiterlijk op vrijdag 22 december 2017 betaald zijn. Aangezien het om de uiterste betaaldatum gaat, is er geen uitstel mogelijk.

Maandaangevers moeten desgevallend tweemaal een betaling voor de btw doen in december. Naast het decembervoorschot op vrijdag 22 december 2017, moet de verschuldigde btw over de maand november uiterlijk op woensdag 20 december 2017 betaald worden.

Betaalt u het decembervoorschot niet of laattijdig, dan wordt er u een boete opgelegd van 0,8% van het verschuldigde btw-bedrag per maand vertraging (KB nr. 41, bijlage, Tabel G, Afdeling 1, I, 1) .

Vertoont de rekening-courant op 22 december 2017 een overgedragen btw-tegoed, dan mag dat wel verrekend worden met het te betalen decembervoorschot. Dit geldt zowel voor maand- als kwartaalaangevers.

Hoe berekent u het decembervoorschot?

Er bestaan twee mogelijke berekeningsmethodes om het decembervoorschot te berekenen. Dat was al zo voor de maandaangevers. Die twee mogelijkheden dienen zich nu ook aan voor de kwartaalaangevers. De belastingplichtige kiest volledig zelf welke methode hij  wenst toe te passen.

De methode die de belastingplichtige dit jaar toepast, geeft geen verplichting om die dan ook volgend jaar toe te passen. In 2018 is men opnieuw vrij om de methode te kiezen om het decembervoorschot te berekenen.

Methode 1: effectieve berekening

In de eerst  methode is het btw-decembervoorschot gelijk aan de btw die de belastingplichtige effectief verschuldigd is over de betreffende periode. Voor maandaangevers gaat het over de btw die effectief verschuldigd is over de eerste 20 dagen van december. Voor kwartaalaangevers gaat het over de btw die effectief verschuldigd is voor de periode van 1 oktober t.e.m. 20 december.

De belastingplichtige doet in beide gevallen even alsof hij een btw-aangifte indient, inclusief de aftrekbare btw. Voor maandaangevers is dat dus een fictieve btw-aangifte voor de periode van 1 t.e.m. 20 december. Zij berekenen dan wat zij voor die periode effectief aan btw verschuldigd geweest zou zijn, rekening houdend met de voor die periode aftrekbare btw. Voor kwartaalaangevers geldt hetzelfde principe, maar dan voor de periode van 1 oktober tot en met 20 december.

Voor de aftrekbare btw mag de belastingplichtige alleen rekening houden met de aankoopfacturen die hij effectief in zijn bezit heeft op 20 december.

Het decembervoorschot kan nihil zijn wanneer de belastingplichtige in de betreffende periode meer aftrekbare dan verschuldigde btw, heeft. Dan heeft hij een btw-tegoed en dan is het decembervoorschot volgens deze methode nihil. De btw die de belastingplichtige desgevallend nog verschuldigd zou zijn voor de periode van 21 tot en met 31 december is niet van belang voor het decembervoorschot.

Alleen in de eerste methodel vermeldt de belastingplichtige het bedrag van het decembervoorschot in rooster 91 van de btw-aangifte van de maand december (maandaangever) of van het vierde kwartaal (kwartaalaangever). Indien de belastingplichtige volgens die eerste methode méér aftrekbare dan verschuldigde btw, dan is het  decembervoorschot dus nihil en dan vermeldt hij “€ 0,00” in rooster 91.

Methode 2: de ‘forfaitaire’ methode

In de tweede methode betalen maandaangevers als voorschot exact evenveel btw als de btw diegene die zij u over de maand november verschuldigd zijn en die zij uiterlijk 20 december betaald moeten hebben. Kwartaalaangevers betalen volgens deze methode als decembervoorschot een bedrag gelijk aan de btw die zij verschuldigd zijn over het derde kwartaal en die zij uiterlijk op 20 oktober betaald hebben.

Ook in deze methode kan het decembervoorschot nihil zijn voor wie over de maand november (voor maandaangevers) of over het derde kwartaal (voor kwartaalaangevers) een btw-tegoed had. In dat geval moet de belastingplichtige niets storten bij wijze van voorschot.

In deze tweede methode vult de belastingplichtige niets in rooster 91 in van de btw-aangifte, dus ook niet “€ 0,00” in geval van een btw-tegoed. Niets invullen in rooster 91 is voor de btw-administratie het signaal dat de belastingplichtige gekozen heeft voor methode 2. Het decembervoorschot moet dan even groot zijn als de btw over de maand november of over het derde kwartaal.