De plenaire vergadering van De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft het wetsontwerp omtrent de tweede pensioenpijler voor zelfstandigen (POZ) gestemd. Dit wetsontwerp regelt het fiscale luik van de nieuwe aanvullende pensioenen voor zelfstandigen.

Pensioenovereenkomst zelfstandigen

Dankzij dit wettelijke initiatief wordt de tweede pensioenpijler toegankelijk gemaakt voor zelfstandigen die als een  natuurlijke persoon werken. Naast hun vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) kunnen zij ook een tweede pijlerpensioen verwerven dat vergelijkbaar is met het pensioen uit een IPT-of groepsverzekering voor zelfstandige bedrijfsleiders via hun vennootschap. De nieuwe POZ is dus een aanvulling op het bestaande systeem van het VAPZ.

Concreet zullen zelfstandigen een belastingvermindering krijgen van 30% op de jaarlijkse premie en zal het eindkapitaal bij pensionering slechts belast worden tegen 10%. De grootte van de premie is net zoals bij bedrijfsleiders afhankelijk van hun inkomen en wordt berekend aan de hand van de zogenaamde 80%-grens, die de grootte van het te verzekeren aanvullend pensioen bepaalt.

Wie kan de nieuwe POZ afsluiten?

De POZ is specifiek geïntroduceerd voor:

  • vrije beroepers in hoofd- en bijberoep,
  • zelfstandigen met een eenmanszaak in hoofdberoep of in bijberoep,
  • meewerkende echtgenoten,
  • zelfstandige helpers.

Het gaat dus essentieel om dezelfde personen die de VAPZ kunnen afsluiten met uitzondering van de zelfstandige bedrijfsleiders. De uitsluiting van de bedrijfsleiders is logisch aangezien zij al via hun vennootschap een aanvullend pensioen kunnen opbouwen via een groeps- of een IPT-verzekering.

Wat is het voordeel van een POZ?

Een zelfstandige bouwt vooreerst een aanvullend pensioen op door zgn. POZ-premies te betalen.

30% belastingvermindering. Op die betaalde POZ-premies krijgt de zelfstandige in de personenbelasting een belastingvermindering van 30% in de mate dat de 80%-grens niet is overschreden. Wie in 2018 een POZ-premie van 5.000 EUR stort zal zijn belastingfactuur in de personenbelasting dus kunnen verminderen met 1.500 EUR, abstractie gemaakt van de gemeentebelasting.

80% grens. De 30% belastingvermindering op de POZ-premie wordt maar toegekend in de mate dat de som van het wettelijk pensioen, de VAPZ en het POZ-pensioen - omgerekend naar een jaarlijkse rente - niet hoger is dan 80% van het gemiddelde inkomen van de laatste drie jaar als zelfstandige. Voor de POZ wijkt de 80%-grens dus af van de 80 %-grens voor de IPT-en groepsverzekering. Zo wordt het referentie-inkomen voor de 80%-grens bij de POZ gevormd door het gemiddelde van het  belastbaar beroepsinkomen van de zelfstandige (exclusief meerwaarden en exclusief winsten en baten uit een vorige beroepswerkzaamheid) over de voorbije drie jaren. Wanneer een vrije beroeper in 2018 een POZ sluit, dan zal de 80 %-grens dus berekend worden op zijn gemiddelde baten uit de kalenderjaren 2015, 2016 en 2017. Mogelijke geleden verliezen in de referentieperiode worden meegeteld en verminderen dus het referte-inkomen.

In de POZ mogen backservicejaren gevaloriseerd worden, maar enkel voor de jaren die lopen vanaf 1 januari 2018 en bovendien beperkt tot tien jaren voorafgaand aan het sluiten van de POZ.

4,4% premietaks. Net zoals bij een IPT-of groepsverzekering voor bedrijfsleiders is er een premietaks van 4,4% verschuldigd op de POZ-premies. Dit is een verschil met het VAPZ.

Gunstige eindtaxatie. Bij de uitkering van het POZ- pensioenkapitaal is een voordelige eindbelasting van 10% (+ gemeentebelasting) verschuldigd in de personenbelasting. Dit gunsttarief geldt enkel vanaf de leeftijd waarop de zelfstandige aan de voorwaarden voldoet om zijn al dan niet vervroegd wettelijk rustpensioen op te nemen of in geval van overlijden. Op de POZ-pensioenuitkeringen zal er  een riziv-bijdrage van 3,55% ingehouden worden, net zoals bij het VAPZ en de groeps- en IPT-verzekeringen. Tenslotte zal er ook een solidariteitsbijdrage van 0 tot 2% worden ingehouden op de uitkering.

Kiezen voor een POZ?

Een VAPZ is in de regel interessanter dan de POZ. Omdat de VAPZ-premies aftrekbaar zijn van het belastbaar beroepsinkomen leveren zij een fiscale besparing aan PB en RSVZ-bijdragen op van meer dan 50 % van de gestorte premies (afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de zelfstandige). Bovendien zijn de VAPZ-premies vrijgesteld van de premietaks van 4,4%.

Maar indien de zelfstandige de maximale VAPZ-premie aftrekt en er eventueel nog ruimte is voor de storting van een POZ-premie die recht geeft op een effectieve belastingvermindering, dan kan het nuttig zijn om een POZ te sluiten als een aanvulling op een VAPZ.

Let op. De zelfstandige moet ook de andere interessante aanvullende pensioenvormen overwegen bij het maken van de keuze. Zo kan een zelfstandige een aanvullend pensioenkapitaal opbouwen via een klassieke individuele levensverzekering in de derde pensioenpijler (het lange termijnsparen) met slechts 2% premietaks, geen riziv- en solidariteitsbijdrage op de uitkeringen en 10% anticipatieve heffing op 60 jaar.

Vanaf wanneer kan een POZ worden afgesloten?

Binnenkort zal de wet gepubliceerd worden in het staatsblad. Het fiscaal luik van de nieuwe POZ treedt in werking met ingang van het inkomstenjaar 2018 (=aanslagjaar 2019). Maar de wettelijke bepalingen die de niet-fiscale aspecten van de POZ regelen, zullen pas drie maanden na hun publicatie in het Staatsblad in voege treden.

Wens je meer info?

Word lid van 1 van onze 15 fiscale clubs
Of schrijf je in voor de seminariereeks: opfrissing personenbelasting in 4 avonden