In een laatste wetgevende sprint probeert de regering volgende wetsaanpassingen (Diverse fiscale bepalingen VIbis) nog voor het einde van het jaar goed te keuren. Om een tijdige behandeling in het Parlement en publicatie in het Belgisch Staatsblad te kunnen verzekeren, staat dit ontwerp op de agenda van de Commissie Financiën en Begroting op 5 december 2023.

Fiscale bepalingen van het Fietsplan

Om de verplaatsing tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling met de fiets aantrekkelijker te maken, heeft de regering zich ertoe verbonden om de vrijgestelde kilometervergoeding te verhogen tot 0,35 euro vanaf aanslagjaar 2025. De totale vrijgestelde kilometervergoedingen mogen maximum 2.500 euro (geïndexeerd bedrag voor aanslagjaar 2025) per jaar bedragen.

Meer informatie kan u bekomen in onze fiscale club.

Het bedrag van de beroepskosten met betrekking tot verplaatsingen tussen de woonplaats en plaats van tewerkstelling met de fiets die forfaitair worden vastgesteld bij gebrek aan bewijs, wordt op dezelfde manier verhoogd.

Teneinde geen misbruiken te creëren en de homogeniteit van het belastingstelsel te waarborgen zullen de vergoedingen voor woon-werkverplaatsingen met de fiets enkel worden vrijgesteld op voorwaarde dat de beroepskosten van de werknemer of bedrijfsleider forfaitair worden vastgesteld, zoals nu reeds het geval is voor de vergoedingen die door de werkgever worden toegekend voor woon-werkverplaatsingen met bijvoorbeeld het openbaar gemeenschappelijk vervoer.

Om werkgevers en werknemers aan te moedigen om de van toepassing zijnde fietsvergoeding te herbekijken stelt de regering voor om aan werkgevers uit de privé-sector die beslissen om de fietsvergoeding te verhogen een tijdelijke compensatie onder de vorm van een verrekenbaar en terugbetaalbaar belastingkrediet in te voeren voor fietsvergoedingen die zijn toegekend naar aanleiding van verplaatsingen die werden gemaakt gedurende de periode van 1 januari 2024 tot eind 2026 en ten laatste op 31 december 2027 werden toegekend.

Wijzigingen met betrekking tot personen ten laste

In het kader van een meer gelijke behandeling van ouders, ongeacht hun samenlevingsvorm, stelt de regering voor om het maximumbedrag van de nettobestaansmiddelen voor alle kinderen gelijk te schalen op het dubbel van het algemene maximumbedrag van de nettobestaansmiddelen, of 3.600 euro (basisbedrag – geïndexeerd bedrag voor aanslagjaar 2024: 7.650 euro), vanaf aanslagjaar 2024.

Voor de aanslagjaren 2024 en 2025 werd het contingent uren studentenarbeid verhoogd van 475 uren naar 600 uren op jaarbasis. Door het algemene maximumbedrag van de nettobestaansmiddelen voor kinderen te verhogen, verkleint de kans dat een kind meer uren studentenarbeid presteert, niet langer ten laste is.

Verder wordt er voorgesteld om het complexe stelsel van de overheveling van personen ten laste dat in de praktijk zo goed als nooit wordt gebruikt, op te heffen. De relevantie van de overheveling van personen ten laste is bovendien nog verminderd sinds de invoering van het belastingkrediet voor kinderen ten laste.

Heractiveren van vervallen sport- en cultuurcheques

Maaltijdcheques, eco-cheques en consumptiecheques kunnen sinds 1 december 2022 binnen de drie maanden na de vervaldatum op aanvraag van de werknemer of bedrijfsleider die de cheque heeft verkregen, worden gereactiveerd en dit met behoud van de vrijstelling inzake sociale bijdragen en inkomstenbelastingen. De gereactiveerde cheque heeft een geldigheidsduur van 3 maanden.

De regering stelt voor om een vergelijkbare regeling in te voeren voor sport- en cultuurcheques. In dit ontwerp wordt de fiscale vrijstelling van de verlengde sport- en cultuurcheques geregeld.

Gespreide taxatie: verlengde herbeleggingstermijn nu ook bij gedwongen meerwaarden

Artikel 47 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bevat de fiscale regeling waarbij in bepaalde gevallen een verwezenlijkte meerwaarde op immateriële en materiële vaste activa niet meteen in de belastbare grondslag wordt opgenomen, maar gespreid wordt belast. De meerwaarde wordt in die gevallen belast à rato van de afschrijven van het immateriële of materiële vaste actief waarin wordt herbelegd.

Paragraaf 4 van dit artikel wordt aangepast om uit te sluiten dat wanneer wordt herbelegd in een onroerend goed, vaartuig of vliegtuig de herbeleggingstermijn in het geval van een gedwongen meerwaarde korter kan zijn dan in het geval van een vrijwillig verwezenlijkte meerwaarde.

Onderzoeksbevoegdheden van de fiscus worden aangepast aan de DAC-7-richtlijn

In het kader van de aangifteverplichtingen die zijn opgelegd door de DAC 7-richtlijn en omgezet door de wet van 21 december 2022, zijn platformexploitanten verplicht om informatie over hun gebruikers te verzamelen en mee te delen. De onderzoeksbevoegdheden waarover de administratie beschikt zijn bijgevolg niet volledig aangepast om de juistheid of volledigheid van de verstrekte informatie te verifiëren, of om te controleren of de platformexploitanten voldoen aan hun due-diligence-verplichtingen.

Dit artikel voegt daarom een bepaling toe aan het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 specifiek om de administratie in staat te stellen de platformexploitant te vragen alle informatie of documenten te verstrekken die nodig zijn voor de relevante verificaties.

Diamantstelsel

In het definitie-artikel van het diamantstelsel wordt de verwijzing naar het Belgische toezichtsysteem geüpdatet.

Hou uw kennis op peil met onze fiscale club!

  • Inschrijven voor de volgende 2 sessies van onze fiscale club kan nog! Met behoud van GRATIS toegang tot Practinet (modules PB en VenB) vanaf uw inschrijving tot 30/06/2024!

Op de hoogte blijven van onze seminaries?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief