Op 28 februari 2019 werd de fusie van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB) en van het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten (BIBF) gestemd. Het nieuw instituut zal het “Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants (IBA)” heten.

Fusie BIBF en IAB wordt IBA

In samenspraak met de twee betrokken instituten is deze fusie tot stand gekomen. De fusie kadert ook in maatregel 37 van het Federaal KMO-plan ter verbetering van het wettelijk kader voor de uitoefening van de vrije beroepen. De fusie beoogt een kwaliteitsverhoging van het beroep zodat de kwaliteit ook in de toekomst gegarandeerd blijft en waar nodig naar een hoger niveau wordt getild door de beroepsbeoefenaars nog beter op te leiden zodat ze optimaal kunnen inspelen op de noden van ondernemingen en de digitalisering.

Met de fusie willen de twee fusionerende instituten genieten van schaalvoordelen, met een gunstige impact op het budget en zonder de bijdragen voor de beroepsbeoefenaars te moeten verhogen. De plafonds die nu bij KB werden vastgelegd, worden door de fusie niet verhoogd maar behouden.

Dankzij de fusie zullen ondernemingen en particulieren een duidelijker beeld krijgen van de organisatie en de reglementering van het beroep. In het verleden heerste verwarring over de titels en de beschermde beroepsactiviteiten.

Aanpassing professionele titels

Als gevolg van de fusie zullen de professionele titels worden aangepast:

  • De erkende boekhouder (-fiscalist) wordt de (fiscaal) accountant.
    In de praktijk blijkt namelijk dat de titels van boekhouder onvoldoende hun werkelijke rol omvatten. Zij leveren namelijk ook analyses en verstrekken advies aan ondernemingen en handelen dus als expert meer nog dan enkel technische hulp bieden bij de boekhouding. Bovendien zijn ten gevolge van de fusie de taken van erkend boekhouder geherdefinieerd om nog meer de rol van raadgever te benadrukken.
     
  • Accountant wordt de gecertificeerd accountant en belastingconsulent wordt gecertificeerd belastingadviseur.
    De gecertificeerd accountant voert dezelfde activiteiten uit als een accountant (die nu de titel van erkende boekhouder heeft) maar mag daarenboven ook bijzondere opdrachten uitvoeren zoals zowel privé als gerechtelijke expertise m.b.t. de boekhouding van ondernemingen.

Vlottere toegang tot het beroep

De economische beroepsbeoefenaars zullen voortaan allemaal lid zijn van hetzelfde nieuw instituut.

Een student met diploma in een boekhoudkundige, fi scale of algemeen economische richting krijgt een unieke toegang tot het beroep geboden en zal dus niet meer moeten kiezen tussen het beroep van boekhouder, accountant of belastingconsulent. De kwaliteitsvolle beroepsbeoefening wordt bij de start verzekerd door een toelatingsexamen, een stage van minstens drie jaar en een bekwaamheidsexamen dat de stage afsluit.

De wet bevat ook vereiste bepalingen en voorwaarden om te verzekeren dat personen uit een andere lidstaat van de EER deze beroepsactiviteiten in België kunnen uitoefenen. 

Kwaliteit blijven garanderen

De fusie zorgt er ook voor dat er meer duidelijkheid komt over welk beroep welke opdrachten kan uitvoeren.

Zo worden de taken duidelijker omschreven in de wet.

Er komt ook een openbaar register waardoor bijvoorbeeld ondernemingen de lijst kunnen raadplegen van personen die het beroep mogen uitoefenen of de beroepstitel mogen dragen. De Koning kan de nadere regels inzake het openbaar register vastleggen, alsook aanvullen met bijkomende gegevens.

Het deontologisch kader wordt behouden. De kwaliteitstoetsing die vandaag enkel voor accountants en belastingconsulenten van toepassing is, zal worden uitgebreid tot alle beroepsbeoefenaars. Hierdoor krijgen ondernemingen de garantie dat er kwaliteitscontrole is van de beroepsbeoefenaar op wie zij een beroep doen.

Ook de regels voor de handhaving van de tucht zijn gelijkaardig aan de huidige tuchtregeling die van toepassing is bij het BIBF. De nadere regels van de procedure voor de tuchtcommissie en commissie van beroep zullen bij koninklijk besluit worden bepaald.

Ten slotte zullen er nog uitvoeringsbesluiten genomen moeten worden m.b.t. de nadere regels over de deontologie, de toepassing van opdrachtbrief, de verzekeringscontracten, de onverenigbaarheden met het beroep, de maximale bijdragen van de leden en de kwaliteitstoetsing, met inbegrip van de oprichting van een commissie de kwaliteitstoetsing.

De Koning zal ook een huishoudelijk reglement voor het Instituut vastleggen.

Inwerkingtreding

In kader van de overgangsbepalingen wordt voor een periode van vier jaar een overgangsraad opgericht die alle voorbereidende taken uitoefent die noodzakelijk zijn voor de oprichting en werking van het nieuw Instituut. Dit zal van start gaan op 1 juni 2019.

De datum van inwerkingtreding van deze wet zal dan ook door de Koning worden bepaald.