De btw-administratie heeft een nieuwe circulaire gepubliceerd betreffende de bijzondere reisbureauregeling en de btw-regeling voor reishandelingen waarop de bijzondere reisbureauregeling niet toepasselijk is (circulaire nr. 2020/C/44 van 23 maart 2020). Deze bevat ook toelichting met betrekking tot een aantal aspecten die reeds lang hadden moeten verduidelijkt worden.

btw administratie becommentarieert nieuwe reisbureauregeling

Vorige wijzigingen

In principe is de bijzondere regeling voor reisbureaus sedert 1 januari 2000 enkel nog van toepassing op reisbureaus die al dan niet via een tussenpersoon in reizen met de reiziger handelen. De tussenpersonen die bemiddelen bij de verkoop van reizen worden aangemerkt als makelaars of lasthebbers en niet meer als een reisbureau en volgen de regeling van de tussenpersonen. Voorts heeft de wet van 2 mei 2019 de bijzondere regeling reisbureaus ook toepasselijk gemaakt op rechtspersonen, waardoor de term reiziger gewijzigd is in afnemer van de dienst.

De begrippen ‘reizen’, ‘reishandelingen’en ‘reisbureau’

Het begrip ‘reizen’ omvat de gehelen van samenhangende prestaties van vervoer, logies, spijs en drank om ter plaatse te worden verbruikt, ontspanning of dergelijke, verblijven tegen een vaste som die inzonderheid logies omvatten, toeristische rondreizen, alsook het uitvoeren van één of meerder prestaties die deel uitmaken van die gehelen (artikel 1, §7, eerste lid, 1° WBTW).

Het begrip reishandelingen wordt gebruikt om voornoemde prestaties in het algemeen te benoemen. Worden dus als reishandelingen aangemerkt:

  • handelingen die kenmerkend zijn voor reisorganisatoren, bijvoorbeeld het vervoer van de reiziger en het verstrekken van hotelaccommodatie;
  • handelingen die verband houden met de totstandbrenging van een reis die de afnemer worden geboden, bijvoorbeeld het organiseren van excursies en uitstapjes en het verlenen van toegang tot musea, stadions…

Het geheel van handelingen die het btw-reisbureau met het oog op de totstandkoming van een reis aan de afnemer verstrekt, wordt beschouwd als één enkele dienst van dat reisbureau. De globale reisdienst vindt plaats daar waar het reisbureau de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd of beschikt over een vaste inrichting van waaruit het de dienst heeft verricht, zonder dat een onderscheid dient te worden gemaakt of de afnemer handelt in de hoedanigheid van belastingplichtige of niet.

Als ‘reisbureau’ wordt beschouwd, elke belastingplichtige (natuurlijke persoon of rechtspersoon) die in eigen naam reizen verkoopt, waarvoor hij gebruik maakt van door andere belastingplichtigen aan hem verstrekte goederen en diensten. De reizen omvatten dus een aantal prestaties die aangekocht worden bij derden zoals onder andere hotels, luchtvaartmaatschappijen en autoverhuurbedrijven.

De kwalificatie als reisbureau in de zin van de bijzondere reisbureauregeling vindt dus plaats op grond van de aard van de verrichte diensten en de voorwaarden waaronder de diensten verstrekt worden, zonder rekening te houden met andere beschouwingen zoals bijvoorbeeld de beschikking over een officiële goedkeuring (Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Madgett en Baldwin, zaak C-308/96, van 22.10.1998).

Een pertsoon die niet als reisbureau actief is maar in het kader van een andere activiteit identieke of vergelijkbare handelingen verricht, valt ook onder de bijzondere reisbureauregeling (Hof van Justitie van de Europese Unie, 22.10.1998, Arrest Madgett en Baldwin, samengevoegde zaken C-308/96 en C-94-97, van 22.10.1998, punten 18-20).

Hoedanigheid van het reisbureau

Voor belastingplichtige ondernemingen, actief in de reissector, kunnen voor de toepassing van de btw de volgende ‘modi operandi’  onderscheiden worden :

  • organisatoren van reizen zoals bedoeld in artikel 1, § 7, eerste lid, 1° WBTW, die deze reizen verrichten met eigen middelen;
  • tussenpersonen die bemiddelen bij verkopen door leveranciers of dienstverrichters, andere dan een reisbureau beoogd in artikel 1, § 7, eerste lid, 2° WBTW;
  • verkopers van reizen beoogd in artikel 1, § 7, eerste lid, 2° WBTW waarop de bijzondere reisbureauregeling van toepassing is, i.e. de btw-reisbureaus;
  • tussenpersonen (makelaars/lasthebbers) die bemiddelen in de totstandbrenging en verkoop van reizen.

Eenzelfde belastingplichtige kan overigens in verschillende van die hoedanigheden optreden, zelfs binnen het kader van één aan de klant aangeboden reispakket.

Enkel de btw-reisbureaus, bedoeld hierboven, dienen de bijzondere reisbureauregeling toe te passen en dit na onderzoek van overeenkomst per overeenkomst. De Belgische btw wordt berekend over de in KB nr. 35 opgenomen winstmarges van 6 %, 8 %, 9 %, 13 % of 18 % afhankelijk van de concrete werkwijze van het reisbureau.

Wanneer een als zodanig optredend reisbureau tegen een globale prijs een geheel van samenhangende reishandelingen aanbiedt door bemiddeling van een Belgische tussenpersoon of zowel door bemiddeling van een Belgische tussenpersoon als rechtstreeks met de afnemer, bedraagt het vaste percentage voor het bepalen van de winstmarge 18 % van de prijs te betalen door de afnemer.

Inwerkingtreding

Deze circulaire is van toepassing op nieuwe boekingen voor reizen vanaf 01.04.2021.

Schrijf je in voor onze btw club op locatie of via livestream!

Btw opleidingen

Op de hoogte blijven van onze seminaries?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief