Overeenkomstig de btw-richtlijn zijn de lidstaten verplicht om de vrijstelling van btw te verlenen voor diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding (art. 12, lid 1 m EU-Richtlijn).

In ons Belgisch recht werd deze vrijstelling voor sportbeoefening omgezet in artikel 44, § 2, 3° W.BTW. Vrijgesteld van btw zijn de diensten verstrekt door exploitanten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding aan personen die er aan lichamelijke ontwikkeling of aan sport doen, wanneer die exploitanten en inrichtingen instellingen zijn die geen winstoogmerk hebben en zij de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend gebruiken tot dekking van de kosten ervan.

Einde btw-vrijstelling voor kaartersclubs

Wenst u op de hoogte te blijven van alle btw-actualiteit? Woon dan onze btw-clubs bij.

Deze dienst wordt vrijgesteld van btw als de drie volgende voorwaarden samen vervuld zijn:

  • de dienst moet betrekking hebben op het beoefenen van de sport zelf en verstrekt worden aan personen die actief aan sport komen doen;
  • de exploitant moet een instelling zijn die geen winstoogmerk nastreeft;
  • de ontvangsten van de exploitatie moeten uitsluitend worden gebruikt om de kosten ervan te dekken.

Beoogd worden alle inrichtingen waar een werkzaamheid wordt uitgeoefend die van die aard is dat ze de lichamelijke ontplooiing bevordert, zoals gymnastiekzalen, zwembaden, rijscholen, sportterreinen, tennisvelden, golfterreinen ...

Echter heeft het Europees Hof van Justitie oordeelde dat het begrip 'sport' betrekking heeft op een activiteit die wordt gekenmerkt door een niet te verwaarlozen lichamelijke component. Het betrof een geschil over bridge (Bridge zaak C-90/16, The English Bridge Union, 26.10.2017) Wedstrijdbridge vergt de inzet van logica, geheugen, strategie of lateraal denken en is een activiteit die ten goede komt aan de geestelijke en lichamelijke gezondheid van degenen die regelmatig wedstrijdbridge spelen.

Maar dat een activiteit de lichamelijke en geestelijke gezondheid bevordert, volstaat op zich niet om te besluiten dat die activiteit moet worden beschouwd als sport. Dat die activiteit in wedstrijdverband wordt uitgeoefend, verandert niets hieraan. Bijgevolg valt wedstrijdbridge, dat wordt gekenmerkt door een te verwaarlozen lichamelijke component, niet onder het begrip 'sport' van deze vrijstelling.

Vroeger aanvaardde de administratie dat btw- vrijstelling voor sport ook van toepassing was ten aanzien van diensten verstrekt door een vzw aan haar leden in verband met het beoefenen en het bevorderen van het schaken.

Gelet op de recente rechtspraak van het Europees Hof van Justitie past de administratie met ingang van 1 januari 2019 haar standpunt aan. Alleen activiteiten die worden gekenmerkt door een niet te verwaarlozen lichamelijke component vallen onder het begrip sport. Bijgevolg kan schaken, kaarten, gamen en andere gelijkaardige activiteiten niet langer vrijgesteld worden van de btw. Er wordt niet teruggekomen op de toepassing van de vrijstelling in het verleden (administratieve beslissing nr. E.T. 60.089 van 3 juli 1987).

Dergelijke organisaties/verenigingen zoals kaartersclubs, schaakclubs, gameclubs kunnen nog wel beroep doen op de vrijstellingsregeling voor de kleine ondernemingen, met een maximale omzet van 25.000 EUR.

De btw-administratie heft elke commentaar op die strijdig is met hetgeen voorafgaat.

Bron: circulaire 2018/C/84 van 29 juni 2018

Wenst u op de hoogte te blijven van alle btw-actualiteit? Woon dan onze btw-clubs bij.