Het KB van 24.02.2021 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de voordelen van alle aard in geval van toekenning van een renteloze lening of een lening tegen verminderde rentevoet, is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 01.03.2021. De fictieve debetrente voor rekeningen courant is gestegen van 8,78 (voor inkomstenjaar 2019) naar 10,2% voor het inkomstenjaar 2020!.

Debetrente R/C 10,2%

Toepasselijke rentevoeten

VAA = referentievoet op jaarbasis volgens type lening –werkelijk aangerekende rentevoet

Voor de vaststelling van het voordeel van alle aard worden referentievoeten gebruikt. Deze referentie-voeten worden jaarlijks forfaitair bij KB vastgelegd voor elk type lening (art. 18, § 3, 1, KB/WIB 92). Het voordeel wordt bepaald in functie van de referentievoet van het jaar waarin de leningsovereenkomst is afgesloten. Het voordeel wordt berekend door het verschil te nemen tussen de toepasselijke referentievoet (van art 18, KB/WIB 92) en de rentevoet die de werkgever hanteert.

De volgende referentierentevoeten zijn van toepassing op de vanaf 1 januari 2020 gesloten leningsovereenkomsten:

Hypothecaire leningen referentie-rentevoet
Terugbetaling gewaarborgd door een gemengde levensverzekering 1,41 %
Andere 1,36 %
Niet-hypothecaire leningen zonder vaste looptijd (= R/C) referentie-rentevoet
Debetrente R/C 10,2 %
Niet-hypothecaire leningen met vaste looptijd Maandelijks lastenpercentage
Financiering aankoop wagen 0,04 %
Andere 0,11 %

De maandelijkse referte-indexen voor hypothecaire leningen, toegestaan vanaf 1 januari 2020, waarin een veranderlijke renterentevoet is bedongen, zijn opgenomen in bijlage I van het KB/WIB 92.

De renteverlaging wegens kinderen ten laste wordt niet in aanmerking genomen voor de vaststelling van de rentevoet die wordt aangerekend aan de ontlener.

Als de lening periodiek wordt afgelost (periodieke terugbetaling van kapitaal en intresten) ontstaat het voordeel van alle aard op de datum van elke aflossing van de lening. We berekenen het voordeel op het nog uitstaand kapitaal. Als het kapitaal wordt terugbetaald op het einde van de looptijd ontstaat het voordeel van alle aard op elke vervaldag van de rente.

Fictieve debetrente op R/C

Indien de rekening-courant van de bedrijfsleider in zijn vennootschap een debetsaldo vertoont dan heeft de vennootschap een vordering op de bedrijfsleider. De bedrijfsleider moet het bedrag van het debetsaldo nog terugbetalen aan zijn vennootschap. In feite komt een debetsaldo overeen met een lening die de vennootschap aan haar bedrijfsleider heeft toegestaan. Zolang de bedrijfsleider kosteloos kan beschikken over geld van zijn vennootschap levert hem dat een voordeel op. Dit rentevoordeel noemen wij de fictieve debetrente.

Het bedrag van deze fictieve debetinteresten uit een goedkope of gratis lening wordt forfaitair bepaald via art. 36, WIB 92 en art. 18, § 3, 1, KB/WIB 92. Het rentetarief varieert van jaar tot jaar.

Inkomstenjaar Referentievoet
2015 8,16%
2016 9,27%
2017 8,78%
2018 8,94%
2019 8,78%
2020 10,2%

Wat opvalt is het grote verschil tussen de belastbare debetrente voor kalenderjaar 2020 van 10,2% ingeval van een R/C met debetsaldo ten opzichte van de maximale marktrente van 4,06% die een vennootschap mag toekennen voor een R/C met een creditsaldo m.b.t. het kalenderjaar 2020.

Principe: maandelijkse berekening

Het voordeel wordt geacht verkregen te zijn op het einde van elke maand. Daarom wordt de fictieve debetrente in principe maandelijks berekend door volgende formule:

(beginsaldo maand + eindsaldo maand) / 2 x (referentierentevoet op jaarbasis x 1/12)

Om het gemiddelde te bepalen tellen we het debetsaldo aan het begin en het debetsaldo op het einde van elke maand samen en die som delen we door 2.

We delen eerst de referentievoet door 12. De referentievoet op jaarbasis voor het kalenderjaar 2020 bedraagt 10,2%. Op maandbasis is dat 10,2/12 = 0,85. Het verkregen resultaat kappen we af na het derde decimaal. We vermenigvuldigen dus elke maandelijkse gemiddelde debetstand met 0,85 %.

Afwijking: jaarlijkse berekening

Indien de rekening-courant tijdens het jaar nauwelijks schommelt berekenen we het voordeel op jaarbasis. We tellen het debetsaldo aan het begin en het debetsaldo op het einde van het jaar samen en die som delen we door 2. Dat bedrag vermenigvuldigen we voor 2020 met 10,2 %.

In dat geval wordt de fictieve debetrente berekend met de volgende formule:

(beginsaldo jaar + eindsaldo jaar) / 2 x referentierentevoet op jaarbasis

Het voordeel moet verminderd worden met de interest die de werknemer of de bedrijfsleider al aan de vennootschap heeft betaald of welke al aan hem zijn aangerekend.

Volgens de administratie mogen creditsaldi van een rekening courant niet worden afgetrokken van de debetsaldi van die rekening courant (uiteraard wel creditboekingen van debetboekingen). Een creditsaldo van de R/C komt overeen met een stand 0 in de berekening van de fictieve debetinteresten.

Fiche 281.20

Het voordeel van alle aard gratis lening moet in principe mee vermeld worden op de individuele fiche 281.20 op naam van de bedrijfsleider. Deze fiche moet ingediend worden tegen 15.03.2021.

Bron: KB van 24 februari 2021, B.S. 01 maart 2021

Ontdek onze nieuwe clubs!

Mis onze seminaries niet!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang als eerste de data van onze nieuwste seminaries.