Wat betekent tax shelter voor startende ondernemingen precies?

De tax shelter voor startende ondernemingen zorgt ervoor dat particulieren kunnen genieten van een belastingvermindering van 30 of 45% indien zij rechtstreeks investeren in het kapitaal van startende vennootschappen. De tax shelter geldt voor investeringen die vanaf 1 juli 2015 worden uitgevoerd. (art. 145/26 WIB 92). 

Opgelet:

  • overhandig de attesten aan de investeerders uiterlijk 31 maart
  • NIEUW: stuur een kopie van de attesten (op papier of via mail) aan de administratie uiterlijk 31 maart (voor AJ 2017 uitstel tot 31 juli 2017)!
    KMO Centrum Brussel II – Documentatiecentrum – Bedrijfsvoorheffing
    Kruidtuinlaan 50, bus 3406
    1000 Brussel
    Tel.: 0257 529 90
    kmo.bv.bru2.prp.pme@minfin.fed.be

Download hier de modelattesten:


Tax shelter startende ondernemingen

De genoten belastingvermindering is pas definitief verworven indien de belastingplichtige de aandelen gedurende 48 maanden behoudt. Zoniet wordt de belastingvermindering pro rata het aantal nog niet verlopen maanden teruggenomen onder de vorm van een federale belastingvermeerdering.

De belastingvermindering kan slechts worden verleend rekening houdend met volgende beperkingen:

  • Een vennootschap kan maximum € 250.000 ophalen via de tax shelter-regeling tijdens haar bestaan.
  • De investeerder (belegger) kan maximum € 100.000 per jaar via de tax shelter-regeling investeren.
  • De maximale participatie in het kapitaal die in aanmerking komt voor het fiscaal voordeel, bedraagt 30%. Bij overschrijding wordt de belastingvermindering beperkt tot een investering ten belope van de eerste 30%.

Opmerking 1:
Het geïnvesteerde bedrag in één startende vennootschap kan nooit hoger zijn dan € 75.000,00. Een vennootschap kan maximaal € 250.000,00 ophalen in dit systeem en de maximale participatie bedraagt 30% (30% × € 250.000,00 = 75.000,00). De jaargrens van € 100.000,00 per investeerder kan dus nooit worden bereikt door een rechtstreekse investering in één startende vennootschap.

Opmerking 2:
Een belastingvermindering is altijd beperkt tot het bedrag van de belasting, en wordt niet terugbetaald, niet ovegeheveld naar de andere echtgenoot, noch overgedragen naar een volgend jaar. De federale belastingvermindering voor startende ondernemingen wordt niet aangerekend op de belasting op afzonderlijk belaste inkomsten. De belasting op een afzonderlijk belaste opzeggingsvergoeding, achterstal, meerwaarde,... kan dus niet met de belastingvermindering voor startende vennootschappen worden weggewerkt. Let dus op dat de belastingvermindering niet verloren gaat (zie opmerking 3).

Voorwaarden waaraan de vennootschap, de investeerder en de inbreng moeten voldoen

Voorwaarden waaraan de startende venootschap moet voldoen

De investering moet gebeuren in een startende vennootschap. Dit is een investering naar aanleiding van de oprichting van de vennootschap of naar aanleiding van een kapitaalverhoging binnen de vier jaar na de neerlegging van de oprichtingsakte bij de griffie van de rechtbank van koophandel. De vennootschap moet vanaf 01.01.2013 zijn opgericht.

Opgelet:
Een vennootschap kan nooit als startende vennootschap worden beschouwd als ze de werkzaamheden voortzet van:
- een natuurlijk persoon die meer dan 4 jaar geleden is ingeschreven in de KBO of
- van een vennootschap die meer dan 4 jaar geleden is opgericht.

Opmerking 3:
De spreiding van de investering is een mogelijkheid om de belastingvermindering te optimaliseren. Er kan geopteerd worden om slechts een gedeelte op te halen bij de oprichting en de rest in 3 volgende jaren door middel van kapitaalverhogingen. Zo is het mogelijk ervoor te zorgen dat de belastingvermindering niet verloren gaat omwille van te lage belastingen.

Volgende 7 voorwaarden moeten op het ogenblik van de inbreng voldaan zijn (= basisvoorwaarden):

  1. Het moet gaan om een binnenlandse vennootschap of een vennootschap uit de Europese Economische Ruimte die over een 'Belgische inrichting' beschikt. De vennootschap mag ten vroegste op 01.01.2013 zijn opgericht.
  2. De vennootschap mag niet zijn opgericht in het kader van een fusie of splitsing van vennootschappen. In die gevallen gaat het immers niet om een startende vennootschap.
  3. Voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbaar tijdperk waarin de kapitaalinbreng wordt gedaan, moet het gaan om een kleine vennootschap.
  4. De vennootschap is niet beursgenoteerd.
  5. De vennootschap mag, in het verleden, nog geen kapitaalvermindering hebben doorgevoerd of dividenden hebben uitgekeerd.
  6. De vennootschap maakt niet het voorwerp uit van een collectieve insolventieprocedure of bevindt zich niet in de voorwaarden van een collectieve insolventieprocedure.
  7. De vennootschap mag na de storting van de sommen door de belastingplichtige niet meer dan 250.000 euro fiscaal aangemoedigde inbrengen ontvangen hebben tijdens haar bestaan.

Volgende 4 voorwaarden moeten gedurende 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen voldaan zijn (= permanentievoorwaarden):

  1. De vennootschap mag geen beleggings-, thesaurie- of financieringsvennootschap zijn.
  2. De vennootschap mag geen 'vastgoedvennootschap' zijn. Zijn eveneens uitgesloten, vennootschappen waarin onroerende goederen (of andere zakelijke rechten met betrekking tot dergelijke goederen) zijn ondergebracht waarvan een bedrijfsleider of diens echtgenoot of niet-ontvoogde minderjarige kinderen, het gebruik hebben.
  3. De vennootschap mag niet zijn opgericht met het oog op het afsluiten van management- of bestuurdersovereenkomsten of haar voornaamste bron van inkomsten halen uit management- of bestuurdersovereenkomsten.
  4. De vennootschap mag de ontvangen sommen niet gebruiken voor de uitkering van dividenden of de aankoop van aandelen, noch voor het verstrekken van leningen (= aanwendingsverbod).

Voorwaarden waaraan de inbreng moet voldoen

    • De maatregel heeft betrekking op nieuwe aandelen
    • uitgegeven naar aanleiding van de oprichting van de startende vennootschap of naar aanleiding van een kapitaalverhoging binnen de vier jaar na de oprichting van de vennootschap.
    • Het moet gaan om aandelen op naam.
    • Die aandelen moeten een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van de startende vennootschap.
    • Zij moeten in geld zijn betaald (een quasi-inbreng is niet mogelijk).
    • Zij moeten volledig volstort zijn, d.w.z. volledig betaald, naar aanleiding van de oprichting van de vennootschap of de kapitaalverhoging.

Opgelet: volstort uw aandelen onmiddellijk !!
Wanneer de nieuwe aandelen niet volledig worden volstort en de vennootschap het niet gestorte kapitaal later opvraagt, kunnen geen van de betalingen in aanmerking komen voor de belastingvermindering, ongeacht wanneer de betaling plaats vindt binnen de vier jaar na de oprichting van de vennootschap (MvT. 54-1125, blz. 60).

Voorwaarden waaraan de investeerder moet voldoen

  • Enkel natuurlijke personen kunnen van deze regeling genieten. Zowel de rijksinwoners als de niet-rijksinwonerskomen in aanmerking.
  • De investeerder is verplicht de aandelen die hij heeft volstort minimum 4 jaar aan te houden (= behoudverplichting).
  • Bedrijfsleiders in de brede zijn van het woord zijn uitgesloten van de regeling. Hun inbreng kan niet in aanmerking worden genomen. Het betreft niet enkel zaakvoerders, bestuurders, vereffenaars, gelijksoortige functies en zelfstandige directeurs , maar alle personen die onrechtstreeks een functie van bedrijfsleider uitoefenen als vaste vertegenwoordiger van een andere vennootschap of door tussenkomst van een managementvennootschap.

Het tarief van de belastingvermindering

Het tarief bedraagt 30% voor kleine vennootschappen

Voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbaar tijdperk waarin de kapitaalinbreng wordt gedaan, moet het gaan om een kleine vennootschap. Het moet gaan om een vennootschap met rechtspersoonlijkheid die, niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

  1. balanstotaal: 4.500.000 euro (géén indexatie)
  2. jaaromzet, exclusief btw: 9.000.000 euro (géén indexatie)
  3. jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50

Wanneer een vennootschap met één of meer andere vennootschappen verbonden is, moeten de criteria inzake omzet en balanstotaal op geconsolideerde (gegroepeerde) basis worden berekend. Wat het criterium personeelsbestand betreft, wordt het aantal werknemers opgeteld dat door elk van de betrokken verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld.

Beoordeling van de criteria bij oprichting en voor kapitaalverhogingen in boekjaar na de oprichting

Aangezien we hier spreken over startende ondernemingen zal het vaak over het verwerven van aandelen bij de oprichting gaan. In dat geval moeten de criteria bij het begin van het boekjaar ter goeder trouw worden geschat (financieel plan). Indien uit deze schatting blijkt dat niet meer dan één van de criteria zal worden overschreden kan de vennootschap als een kleine worden beschouwd. Dit zowel voor het boekjaar van de oprichting als het boekjaar erna. Blijkt uit de schatting dat meer dan één van de criteria zullen overschreden worden gedurende het eerste boekjaar, is de vennootschap voor dat boekjaar en het volgende boekjaar géén kleine vennootschap. Dit geldt zowel voor het boekjaar van de oprichting als voor het boekjaar daarna.

Beoordeling van de criteria voor kapitaalverhogingen in het eerste en tweede boekjaar dat start na 31.12.2015

Voor kapitaalverhogingen bij startende ondernemingen (= maximaal 4 jaar geleden opgericht) in het eerste boekjaar dat een aanvang neemt na 31.12.2015 moeten de criteria eenmalig worden getoetst op basis van de cijfers van het voorafgaande boekjaar. Wordt in dat boekjaar niet méér dan één van de criteria overschreden dan is de vennootschap een kleine vennootschap voor zowel het eerste als het tweede boekjaar. Het omgekeerde geldt ook. Worden meer dan een van de criteria overschreden in het laatste boekjaar dat aflsuit vóór 1.1.2016, dan is er geen sprake van een kleine vennootschap voor de eerste en tweede boekjaar dat afsluit na 31.12.2015.

Beoordeling van de criteria bij kapitaalverhogingen vanaf derde boekjaar dat start na 31.12.2015

Voor kapitaalverhogingen bij startende ondernemingen (= maximaal 4 jaar geleden opgericht) vanaf het derde boekjaar dat start na 31.12.2015 moet eerst worden gekeken of de vennootschap al dan niet klein was twee boekjaren (Bj-2) geleden. Was de vennootschap toen een kleine vennootschap, dan moeten zowel voor dat boekjaar (Bj-2) als het volgende (Bj-1) meer dan één van de criteria worden overschreden vooraleer de vennootschap haar statuut van kleine vennootschap in het huidige boekjaar (B) verliest. Was de vennootschap toen géén kleine vennootschap (Bj-2), dan mogen voor dat boekjaar (Bj-2) en het volgende (Bj-1) maximaal één van de criteria worden overschreden omdat de vennootschap het statuut van kleine vennootschap in het huidig boekjaar (B) terug kan verwerven.

Het tarief bedraagt 45% voor micro-vennootschappen

Worden beoogd, de kleine vennootschappen die op datum van de jaarafsluiting geen dochtervennootschap of moedervennootschap zijn en die niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

  1. het balanstotaal bedraagt niet meer dan 350.000 euro (géén indexatie)
  2. de omzet, exclusief btw, bedraagt niet meer dan 700.000 euro (géén indexatie)
  3. het gemiddelde personeelsbestand gedurende het jaar bedraagt niet meer dan 10

Wanneer de vennootschap op balansdatum noch moeder-, noch dochtervennootschap is, maar gedurende het boekjaar wel, moeten de criteria inzake omzet en balanstotaal op geconsolideerde (gegroepeerde) basis worden berekend. Wat het criterium personeelsbestand betreft, wordt het aantal werknemers opgeteld dat door elk van de betrokken verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld.

Voor de beoordeling van de criteria gelden dezelfde regels als voor kleine vennootschappen.

Attestering uiterlijk op 31 maart

De startende vennootschap moet volgende attesten opstellen:

  1. het verwervingsattest voor het jaar van verwerving van de aandelen
  2. het behoudattest voor elk van de vier jaren volgend op het jaar van verwerving
  3. het vervreemdingsattest voor het jaar van vervreemding van de aandelen indien de investeerder de aandelen vervreemdt binnen de 48 maanden na de verwerving ervan.

Deze attesten moeten aan de investeerder (en niet aan de fiscus) worden bezorgd vóór 31 maart van het jaar dat volgt op het jaar van de verwerving van de volledig volstorte aandelen en van de 4 daaropvolgende jaren.
Afwijking: de documenten met betrekking tot de volledig volstorte aandelen die van 01.07.2015 tot 31.12.2015 zijn verworven, moeten vóór 01.06.2016 aan de investeerder worden overhandigd.

Voorbeeld: aandelen verworven in 2016.

De startende vennootschap moet de investeerder:

  • het verwervingsattest voor het jaar 2016 (jaar van verwerving) bezorgen vóór 31.03.2017
  • het behoudattest voor het jaar 2017 (eerste jaar van de behoudtermijn van 4 jaar) bezorgen vóór 31.03.2018
  • het behoudattest voor het jaar 2018 (eerste jaar van de behoudtermijn van 4 jaar) bezorgen vóór 31.03.2019
  • het behoudattest voor het jaar 2019 (eerste jaar van de behoudtermijn van 4 jaar) bezorgen vóór 31.03.2020
  • het behoudattest voor het jaar 2020 (eerste jaar van de behoudtermijn van 4 jaar) bezorgen vóór 31.03.2021

Als de investeerder in het voorbeeld de aandelen zou vervreemden in 2018, zou de vennootschap hem het vervreemdingsattest moeten bezorgen dat het aantal nog niet verlopen maanden vermeldt dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de terugname van de belastingvermindering. Dat attest zou vóór 31.03.2019 aan de investeerder moeten worden bezorgd.

Samen met het KB van 16 september 2016 (BS 16 september 2016) heeft de administratie een modelattest gepubliceerd die de startende vennootschappen vrijblijvend kunnen gebruiken. Hierna bespreken we de verklaringen die in het modelattest zijn opgenomen.

Het verwervingsattest

Het verwervingsattest dat moet worden opgesteld door de startende vennootschap voor het jaar van de verwering van de aandelen moet bevestigen:

  • dat de voorwaarden voorzien in §1 (= voorwaarden m.b.t. de inbreng) en §3, eerste lid (= 11 voorwaarden m.b.t. de vennootschap) van artikel 145/26 WIB 92 zijn vervuld
  • dat de investeerder niet rechtsteeks noch onrechtstreeks een bedrijfsleider is in de startende vennootschap en
  • dat de investeerder de aandelen nog in het bezit heeft op het 31 december van het investeringsjaar (= voorwaarden m.b.t. de investeerder).

Ook moet de startende vennootschap de gegevens attesteren die op het aangifteformulier van de investeerder moeten worden ingevuld. Het betreft het geïnvesteerde bedrag en het tarief van de belastingvermindering. De datum van de volledige volstorting van de aandelen is bepalend voor het belastbaar tijdperk en het aanslagjaar van de vermindering.

Het volledige bedrag dat door de investeerder werd onderschreven in euro moet altijd op het verwervingsattest worden vermeld.

  • Indien dit bedrag lager is dan of gelijk aan 30% van het maatschappelijk kapitaal van de startende vennootschap
    is er geen probleem en mag dit bedrag in de aangifte worden ingevuld.
     
  • Indien het onderschreven bedrag hoger is dan 30% van het maatschappelijk kapitaal van de startende vennootschap, moet de vennootschap bijkomend het bedrag vermelden dat recht geeft op de belastingvermindering (= beperking 30% van het maatschappelijk kapitaal). Het is dit deel van de investering dat recht geeft op de belastingvermindering en in de aangifte moet worden ingevuld.

De datum van de volledige volstorting van de aandelen moet worden vermeld. Deze datum is bepalend voor het inkomstenjaar waarvoor de vermindering kan worden verkregen.

Ook het tarief van de vermindering moet worden geattesteerd:

  • 30% voor kleine vennootschappen
    het bedrag van de investering die in aanmerking komt moet ingevuld worden in de codes 1/2318 van de aangifte
  • 45% voor micro-vennootschappen
    het bedrag van de investering die in aanmerking komt moet ingevuld worden in de codes 1/2320 van de aangifte

Het behoudattest

Voor elk van de vier jaren volgend op het jaar van de verwerving van de aandelen moet de startende vennootschap een behoudattest opstellen waarin ze bevestigt dat:

  • de aandelen nog steeds in het bezit zijn van de inschrijver op 31 december van de vier jaren volgend op de verwerving (= behoudverplichting) en
  • de startende vennootschap de vier permantievoorwaarden die gedurende 48 maanden moeten voldaan zijn blijft vervullen.

Het vervreemdingsattest

De vennootschap moet dit document opstellen als de investeerder de aandelen vervreemdt binnen de 48 maanden na de verwerving ervan.

In dat geval zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen, behoudens in geval van overlijden van de belastingplichtige. Deze terugname gebeurt voor het jaar waarin de voorwaarde niet langer is vervuld, onder de vorm van een belastingvermeerdering. De terugname wordt berekend in functie van het aantal 'ontbrekende volle maanden' vanaf de datum waarop de voorwaarde niet langer is vervuld, tot het einde van de termijn van 48 maanden.

Het voormelde document moet dus het aantal nog niet verlopen maanden vermelden dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de terugname van de belastingvermindering.

Invullen van de aangifte

De investeerder moet de attesten (verwervingsattest, behoudattest of vervreemdingsattest) die hem jaarlijks worden bezorgd door de startende vennootschap, ter beschikking houden van de administratie. De investeerder is dus niet verplicht deze bij de aangifte personenbelasting bij te voegen. Het is uiteraard aanbevolen dit wel te doen, te meer omdat de administratie zelf niet over de attesten beschikt. Indien u ze niet bijvoegt zal de administratie ze via een vraag om inlichtingen opvragen en zal u minder snel uw aanslagbiljet (en uw belastingvermindering) ontvangen.

Wilt u op de hoogte blijven van de fiscale actualiteit?

De fiscale club is een driemaandelijkse praktijkgerichte bespreking van de fiscale actualiteit inzake personenbelasting en vennootschapsbelasting.
De sprekers zijn Wim Van Kerchove en Tim Galloo.

Als clublid heeft u online toegang tot rekentools, praktijkgidsen, documentatie... 
Bovendien geniet u van gratis catering op alle seminaries.

Inschrijven kan nog voor de 3 volgende sessies!

Bekijk het overzicht van onze 13 fiscale clubs op 10 locaties

Wilt u uw kennis opfrissen inzake personenbelasting?

Dat kan met de opleiding: opfrissing personenbelasting in 4 avonden in Kortrijk, Sint-Niklaas of Herentals