Ook in deze reeks:
De insolventiewet - het preventieve luik (deel 1)
De insolventiewet - vrijwillige bijstandsmaatregelen (deel 3)
De insolventiewet - gerechtelijke reorganisatie (deel 4)

Vanaf 1 mei 2018 vervangt de nieuwe insolventiewet van 13 juli 2017 de faillissementswet van 8 augustus 1997 en de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (WCO). Centraal in de nieuwe wetgeving staat het detecteren, opvolgen en remediëren van de onderneming in moeilijkheden.

In het preventieve luik spelen de beroepsbeoefenaars en de kamers voor ondernemingen in moeilijkheden een centrale rol. Dit betekent natuurlijk niet dat de schuldeisers en andere belanghebbenden geen mogelijkheden hebben om zich te beschermen indien een onderneming in moeilijkheden raakt. Net zoals het openbaar ministerie kunnen zijn onder bepaalde voorwaarden de rechtbank verzoeken voorlopige maatregelen te nemen.

Nieuwe insolventiewet - voorlopige maatregelen

In de Insolventiewet zijn drie voorlopige maatregelen voorzien:

De drie voorlopige maatregelen worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Er kan geen verzet tegen deze voorlopige maatregelen worden ingesteld. Hoger beroep is mogelijk binnen een termijn van 8 dagen na de bekendmaking van het vonnis of bevelschrift.

Het “stil” faillissement dat het paradepaardje van de voorlopige maatregelen moest worden, werd op de laatste knip afgevoerd na een Europees Arrest van 11 juni in een Nederlands dossier.

De aanstelling van één of meerdere gerechtsmandatarissen

De aanstelling van een of meerdere gerechtsmandatarissen is mogelijk bij kennelijk grove tekortkomingen die de continuïteit of de economische activiteit in het gedrang brengen. Dit kan bij kortgeding op verzoek van het openbaar ministerie of van elke belanghebbende.

Deze maatregel viseert vooral die gevallen waarbij tekortkomingen in het bestuur te wijten zijn aan onenigheid, wederzijds ernstig onbegrip, kennelijk voortdurende en verlammende uiteenlopende opvattingen binnen de beheersorganen. De continuïteit van de onderneming kan hierdoor bedreigd worden hoewel het foutief karakter niet noodzakelijk is vastgesteld of rekening houdend met de dringende noodzakelijkheid niet kon worden vastgesteld op het tijdstip van het verzoek.

Het betreft een beperkte bewarende maatregel – buiten enige insolventieprocedure om – zonder dat er sprake is van de vervanging van het bestuur of buitenbezitstelling. De aanstelling bepaalt nauwkeurig de inhoud en de door van de opdracht van de gerechtsmandataris.

Voorbeelden hiervan zijn o.a.

  • een vetorecht voor bepaalde bestuursverrichtingen, bijvoorbeeld de verkoop van activa
  • een controle op de betalingen of een onderzoek
  • de opvolging van een procedure
  • enz.

Die maatregel kan blijven voortleven ook wanneer een schuldenaar formeel een reorganisatieprocedure aanvat. Wanneer een faillissement aan de orde is dit niet het geval.

De aanstellen van een voorlopig bewindvoerder

Deze maatregel veronderstelt de opening of het bestaan van een gerechtelijke reorganisatieprocedure. Op verzoek van het openbaar ministerie of van elke belanghebbende kan er een voorlopig bewindvoerder worden aangesteld wanneer de schuldenaar of een van zijn organen een kennelijk grove fout heeft begaan.

De aanstelling van een voorlopig bewindvoerder is verregaander dan de aanstelling van een gerechtsmandataris, want er is sprake van de vervanging van het bestuur.

Het is een soepel maatregel die op elk ogenblik kan worden ingetrokken of gewijzigd.

Ontneming van het beheer van het geheel of een gedeelte van haar activa

Wanneer er gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen bestaan dat de voorwaarden voor een faillissement vervuld zijn kan de voorzitter van de rechtbank aan de onderneming het beheer van het geheel of een gedeelte van haar activa of activiteiten ontnemen. Dit gebeurt door aanstelling van een voorlopig bewindvoerder. Dit kan op vraag van iedere belanghebbende of van ambtswege.

De beschikking tot ontneming van beheer vereist geen vordering tot faillietverklaring, gerechtelijke ontbinding of reorganisatie maar blijft slecht gevolg hebben indien binnen eenentwintig dagen na de uitspraak een vordering tot faillietverklaring, tot gerechtelijke ontbinding of tot gerechtelijke reorganisatie is ingesteld. De beslissing vervalt van rechtswege indien het faillissement, de opschorting of de ontbinding niet wordt uitgesproken binnen vier maanden na inleiding van de vordering.